Klimaatrisico’s in Nederland: Urgentie van versneld groenbeleid

Op 14 mei publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het rapport “Klimaatrisico’s in Nederland”. Dit rapport toont aan dat de huidige klimaatrisico’s nu al een aanzienlijke impact hebben op ons dagelijks leven en dat deze risico’s in de toekomst naar verwachting alleen maar groter zullen worden. Voor een toekomstbestendig en leefbaar Nederland moet klimaatadaptatie nu al sturend zijn in ruimtelijk beleid, natuurbeleid en landbouwbeleid. Hoe kun jij met innovatie oplossingen zoals ConnectedGreen hier een bijdrage aanleveren?   

Auteur: Malon Gerrits

Hitte, droogte en wateroverlast: Gevolgen van klimaatverandering

Het Nederlandse klimaat verandert in hoog tempo. Dit gaat gepaard met toenemende temperaturen, hittegolven, zware buien en droogteperiodes. De afgelopen 30 jaar zijn gekenmerkt door een warmer, droger én natter klimaat. Records zoals het hitterecord van meer dan 40 graden in 2019 worden regelmatig verbroken. Deze trends zullen volgens het KNMI in deze eeuw doorgaan, wat de urgentie van klimaatadaptatie onderstreept. 

De impact van klimaatverandering op groenvoorziening

Hitte en droogte hebben directe gevolgen voor hoveniers, groenbeheerders en gemeentes. Groenprojecten lijden onder de extreme weersomstandigheden, wat leidt tot uitval van planten en bomen. Dit verhoogt niet alleen de kosten van onderhoud en vervanging, maar vereist ook meer water voor irrigatie om de groenvoorzieningen in stand te houden. 

Het behoud van biodiversiteit is essentieel voor een veerkrachtige en duurzame omgeving, en het verlies hiervan kan langdurige negatieve effecten hebben op de stedelijke leefomgeving. Maar tijdens droogteperiodes komt de watervoorziening onder druk te staan. Inwoners zullen van gemeentes efficiënt waterbeheer verwachten, en gemeentes zullen dit op hun beurt eisen van hoveniers en groenbeheerders. 

Voor hoveniers en groenbeheerders betekent dit dat ze geconfronteerd worden met meer uitdagingen en hogere kosten om de stedelijke en landelijke groene ruimtes gezond en aantrekkelijk te houden. En dat is hard nodig in de strijd tegen klimaatadaptie. 

Groene infrastructuur vermindert namelijk het hitte-eilandeffect in stedelijke gebieden door schaduw te bieden, verdamping van vocht te bevorderen en wateroverlast te beheersen. 

De rol van groen in klimaatadaptatie

Het stedelijk gebied bestaat voornamelijk uit verharde oppervlakken en bouwmaterialen met een laag Albedo, wat betekent dat ze minder zonlicht reflecteren en meer warmte absorberen. Dit leidt tot hogere oppervlaktetemperaturen en verhoogde luchttemperaturen in steden. Dit effect, bekend als het hitte-eilandeffect, draagt bij aan meer smogvorming en verhindert de instroom van koelere lucht van buiten de stad. 

Bomen en andere groene infrastructuur bieden een natuurlijke oplossing voor dit probleem. Groen heeft een verkoelend effect op het stadsklimaat door schaduw te bieden en door de verdamping van vocht uit bladeren, wat de oppervlaktetemperatuur verlaagt. Uit onderzoek blijkt dat in de zomer slechts 10% tot 30% van het zonlicht de grond in de schaduw van een boom bereikt. Dit leidt tot aanzienlijk koelere oppervlakken en omgevingen. 

Daarnaast blijkt uit de studie “De Hittebestendige Stad” van de Hogeschool van Amsterdam dat 10% meer vergroening leidt tot een halve graad minder hitte in de stad. Groenvoorzieningen zorgen niet alleen voor verkoeling, maar helpen ook bij het beheersen van wateroverlast. Groene oppervlakken verminderen de piekafvoer bij neerslag doordat water wordt vastgehouden door bladeren en takken voordat het naar de bodem sijpelt en uiteindelijk verdampt. Dit zorgt voor een vertraagde afvoer naar het riool en minder wateroverlast. 

ConnectedGreen: Innovatie in groenbeheer

De uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt, vragen om tijdige en doeltreffende keuzes. Om de negatieve gevolgen van droogte en watertekort te beperken, is het cruciaal om innovatieve oplossingen toe te passen.  

ConnectedGreen is zo’n innovatie oplossing en speelt een cruciale rol in het effectief beheren van stedelijk groen. Het systeem combineert draadloze sensoren, een slimme cloudomgeving en gebruiksvriendelijke apps om groenprojecten, bomen, vakken, bakken, gazons en dak- en gevelgroen op afstand te monitoren. Dit innovatieve systeem helpt groenvoorzieners, gemeenten, hoveniers, provincies, kwekers en waterschappen om slimmer en efficiënter te werken door datagedreven beslissingen te nemen. 

In Amsterdam kreeg Henk Werner van Pius Floris een aantal jaar geleden de opdracht om midden in de zomer, bij temperaturen van 35 graden, ongeveer 100 bomen te vervangen door grote, volgroeide bomen. Dit project, dat in eerste instantie onmogelijk leek, werd een groot succes dankzij de technologie van ConnectedGreen. Werner en zijn team gebruikten bodemvochtsensoren van ConnectedGreen om de vochtigheid van de bodem constant te monitoren en de bomen optimaal te verzorgen. Deze aanpak zorgde ervoor dat geen enkele boom verloren ging aan droogtestress. 

De voordelen van vergroening

  1. Verkoeling van de stad: Bomen en groenvoorzieningen verlagen de oppervlaktetemperatuur en bieden schaduw, wat het hitte-eilandeffect vermindert. 
  2. Verbetering van luchtkwaliteit: Groen vangt stof en andere verontreinigingen op, en door CO2 om te zetten in zuurstof via fotosynthese wat de luchtkwaliteit verbetert. 
  3. Waterbeheer: Groene oppervlakken houden regenwater vast en vertragen de afvoer, wat wateroverlast vermindert. 
  4. Verhoging van biodiversiteit: Gezond groen biedt een habitat voor verschillende planten- en diersoorten, wat de biodiversiteit vergroot. 
  5. Leefkwaliteit: Meer groen in stedelijke gebieden verhoogt de leefkwaliteit door natuurlijke schoonheid en recreatiemogelijkheden te bieden. 

Onvoldoende monitoring, klimaatrisico’s daarom nog niet geheel in kaart

Voor veel klimaatrisico’s is nog niet precies duidelijk welk deel van de maatschappelijke kosten, schade of impact door klimaatverandering komt. Er is bijvoorbeeld niet genoeg monitoring voor natuurbranden en de risico’s voor cultureel erfgoed. Toch weten we wel welke effecten deels door klimaatverandering worden veroorzaakt. Het is duidelijk dat als Nederland zich niet aanpast aan het veranderende klimaat, de risico’s groter zullen worden.

Toekomstgericht klimaatadaptatiebeleid

Het is urgent om te bedenken hoe we met de klimaatrisico’s willen omgaan. De ambitie is om voor 2030 ongeveer een miljoen woningen te bouwen: waar en hoe willen we bouwen, rekening houdend met overstromingen, wateroverlast en hitte? Hoe staat het met de inrichting van ons landelijk gebied? De rijksoverheid werkt al met het principe ‘water en bodem sturend’. Hoe gaat ons watersysteem eruitzien, rekening houdend met waterverdeling, waterveiligheid en waterkwaliteit? Door klimaatadaptatie leidend en sturend te laten zijn voor het huidige beleid kunnen klimaatrisico’s worden verkleind. 

Conclusie

Het PBL-rapport benadrukt de urgentie van versneld groenbeleid om Nederland weerbaar te maken tegen de toenemende klimaatrisico’s. Door structurele keuzes te maken en technologieën zoals die van ConnectedGreen in te zetten, kunnen we werken aan een toekomstbestendige en leefbare omgeving. Het is tijd om groenvoorziening centraal te stellen in klimaatadaptatiebeleid en zo bij te dragen aan een koelere, gezondere en veerkrachtigere stad. 

Voor meer informatie en om het volledige rapport te lezen, kun je hier de publicatie downloaden. 

‘ConnectedGreen – Samen Nederland groener maken!’

Vochtbeheersing groenbeheer: ConnectedGreen optimaliseert watergebruik met sensoren

Connectedgreen is een platform dat sensoren instelt voor optimale vochtbeheersing in groenbeheer. In januari 2018 presenteerde het bedrijf op de Groene Sector Beurs zijn vochtmonitoringssysteem met draadloze sensoren. De interpretatie van de meetgegevens is inmiddels aangepast aan de behoeften van de grondsoort en de specifieke boom of plant. Alle betrokken partijen konden inloggen.

Auteur: Santi Raats

De verschillen in vochtbehoefte van verschillende boom- en plantensoorten komen tot uiting in het Connectedgreen-systeem met digitale gegevens uit de databases van Boomkwekerij Van den Berk en Griffioen Vaste Planten. Beide bedrijven houden gegevens van vochtbeheersing in groenbeheer bij van respectievelijk bomen en vaste planten en hun vochtvoorkeur. In een simpele interface wordt met verschillende kleuren zichtbaar hoe goed aan de vochtbehoefte is voldaan: groen is goed, oranje is een waarschuwing en rood is een kritische waarschuwing.

Het systeem dat de vochtbehoefte monitort met draadloze IOT-sensoren (IOT staat voor ‘internet of things’) kan worden toegepast in een plantvak of bij bomen en in elke willekeurige grondsoort. Het meten van de vochtbehoefte is mogelijk op verschillende worteldieptes: 15 cm, 30 cm en 60 cm. René Voogt van Connectedgreen: ‘Bij heesters en plantsoen is een sensor van 15 cm effectief, bij bomen past een sensor van 60 cm. Of van 30 cm, want een boom in een normale straat heeft geen kluit van een meter, maar hoogstens van 60 cm. 

De sensor hoeft maar tot halverwege de diepte van de kluit te komen, dus dan volstaat met een sensor van 30 cm diep. Als je wilt weten wat er dieper in de grond speelt, bijvoorbeeld als je vermoedt dat er een verstorende laag is waar vocht in blijft staan, kun je natuurlijk wel een sensor van 60 cm in de grond steken. Bij heel grote bomen met idem kluit is een sensor van 60 cm het beste. Je kunt een sensor het beste aan de zijkant van de boom insteken.’

Iedereen kan meekijken

Het systeem voor vochtbeheersing in groenbeheer biedt mogelijkheden om verschillende partijen te autoriseren om mee te kijken. Voogt: ‘Je kunt de groenvoorziener alleen oranje waarschuwingen laten binnenkrijgen (“die boom heeft water nodig”) en de gemeente enkel rode (kritische) waarschuwingen (“die boom staat ernstig te verdrogen”). Je kunt ook binnen een bedrijf alleen de uitvoerders waarschuwingen laten ontvangen en de bedrijfsleider enkel kritische waarschuwingen.’

Martin Tijdgat van de gemeente Wijdemeren heeft dit jaar tien sensoren van 30 cm geplaatst bij nieuwe aanplant op enkele locaties waar men droogte verwachtte: in lichte gronden, zoals zandige en lichtvenige gronden, en aan oevers. Ook heeft Wijdemeren op twee locaties met meer kleiachtige grond sensoren geplaatst bij nieuwe aanplant. Door de extreem droge zomer werden er bij een normale watergift problemen met het vochtgehalte verwacht.

‘Sensormeting toont aan: kleine beetjes water zijn vaak effectiever dan grote watergift.’

Eerste groeiseizoen vochtgehalte monitoren

De sensoren met het Connectedgreen-systeem staan er de komende twee jaar; daarna wil Tijdgat ze permanent inzetten. ‘Het is fijn dat ik locaties kan uitkiezen waar ik kan controleren of we niet te veel of te weinig water geven. We zetten de sensoren alleen bij bomen in het eerste groeiseizoen. Als het goed is, maken ze in het tweede groeiseizoen al wortels aan naar het grondwater, en dat zit bij ons vaak van 40 tot 80 cm onder het maaiveld.’

Plaatsing van sensoren

Tijdgat: ‘Het luistert heel nauw waar je de sensoren plaatst. In de kluit kan de grond droger zijn dan net naast de kluit. Ook hebben we meegemaakt dat de sensor in open ruimte naast de kluit zat. Hierdoor was er een slechte verbinding met de sensor. We hadden wel water gegeven, maar zagen dat niet terug in het dashboard. Bij een andere sensor verloren we het contact compleet. Beide sensoren hebben we hergepositioneerd, net buiten de kluit. Daarop was de ontvangst weer vlekkeloos.’

Je ziet op het dashboard niet hoeveel water er is gegeven, maar wel wanneer en welk effect dit heeft op het vochtpercentage. ‘Dit is nauwkeurig tot op de dag en het tijdstip. Je kunt de meetgegevens bekijken per week of per maand. Je kunt ook de gegevens opvragen in een projectenoverzicht, of alleen de projecten opvragen met kritische meldingen, zodat je meteen ziet aan welke bomen of planten je aandacht moet besteden. ‘

De hoeveelheid inboet van dode bomen en struiken kan drastisch omlaag.

Afstelling

Dankzij het fanatisme van sortimentskenner en boombeheerder Martin Tijdgat heeft de gemeente Wijdemeren een grote variatie aan bomen. Als er nieuwe bomen worden aangeplant, zijn dit vaak bijzondere soorten. Het Connectedgreen-systeem maakt weliswaar onderscheid in de vochtbehoefte van verschillende boomsoorten en grondsoorten, maar dit was niet toereikend voor de nieuwe aanplant in Wijdemeren. 

‘Bij veel boomsoorten en ook bij sommige grondsoorten moesten we de waarden handmatig bijstellen, want het Connectedgreen-systeem maakt nog slechts een basisonderscheid in de vochtbehoefte per grondsoort. Het houdt nog geen rekening met de vele bodem- en grondsoorten en granulaten en de mate van verdichting van een grond. Connectedgreen is bezig om het systeem uit te breiden en te verfijnen op dat gebied. Het handmatig bijstellen vormde geen probleem.’

Droge zomer: bestaande bomen lijden eronder

Ondanks het monitoren van de vochthuishouding stond de meter in de gemeente vaak op rood, wat betekent dat er een watertekort was. ‘De zomer was gewoonweg erg droog. We moesten flink extra water geven bij de jonge aanplant.’
Voor sommige bestaande bomen zal de droge zomer wellicht funest zijn. ‘We stoppen altijd per 1 oktober met watergeven om de bomen te laten afharden voor de winter, maar sindsdien heeft het nog steeds niet echt geregend. 

Ondanks het feit dat we een grondwaterprofiel hebben, is de bodem nog steeds veel te droog. We zullen aankomend voorjaar pas kunnen zien wat de directe schade aan de bomen is.’ Een oplossing is om bij risicovolle of waardevolle bestaande bomen sensoren met het Connectedgreen-systeem te plaatsen.

Waterafstotende grond

Dankzij de vochtsensoren heeft de gemeente Wijdemeren de jonge bomen op risicovolle locaties dus extra water gegeven. Dit is echter niet een vanzelfsprekende oplossing. Het is niet altijd effectief, vooral wanneer de groeiplaatsen al uitgedroogd zijn. René Voogt van Connectedgreen benadrukt dat het meer loont om vaker een beetje water te geven dan minder vaak grote hoeveelheden. En soms helpt het om meer tijd aan het watergeven te besteden. 

Tijdgat: ‘In plaats van een grote plens hebben we water gegeven totdat de hydrofobe grond weer wat vocht opnam. Nadat we een rijtje bomen water hadden gegeven, reden we terug om dat nogmaals te doen.’

Ervaring opdoen

Martijn van der Spoel van Arbor Consultancy heeft inmiddels bij meerdere gemeenten sensoren met het Connectedgreen-systeem geplaatst. ‘Soms plaats ik nog een vochtmeter ernaast voor een “second opinion”. In het verleden kreeg ik weleens foutieve informatie van draadloze sensoren door, bijvoorbeeld op daktuinen. Daarom vertrouw ik nog niet blind op wat een sensor mij vertelt. Maar door af en toe de proef op de som te nemen, worden de sensoren steeds betrouwbaarder, zodat je de klant garanties kunt bieden voor het systeem.’

‘Je gaat nooit meer onnodig naar een boom om water te geven.’

Oplossingen voor vochttekort

De doelgroep bestaat uit opdrachtgevers, groenvoorzieners en kwekers. Voogt: ‘Sommige kwekers die garantie geven op hun planten of bomen, willen dat er bijgehouden wordt of ze wel water krijgen, of ze willen proactief zijn. De opdrachtgever of leidinggevende bij een groenvoorziener kan zelf ingrijpen als het tussen twee watergiften in ineens veel te droog wordt bij een boom. 

Het voordeel van het meten van de vochtbehoefte met sensoren is dat je nooit onnodig naar een boom gaat om water te geven en nooit te weinig of te veel water geeft. Je kunt daardoor efficiënter werken en toch een vaste route aanhouden. Algemeen geldt: gedoseerd watergeven is het beste. 

Ook laat dit systeem zien dat er beter moet worden nagedacht over de samenstelling van de groeiplaats. Om een voorbeeld te geven: voor draagkracht is bomenzand goed, maar voor het vasthouden van water niet. Je zou dit probleem kunnen oplossen door de samenstelling van de groeiplaats te veranderen, door deze wat te vermengen met klei of veen.’

Voogt vindt dat er vaak nog te gemakzuchtig wordt gedacht over inboet. ‘Soms hoor je in de markt geluiden als: we vervangen gewoon, maar zeker in tijden van personeelstekort is dat geen optie. Men gaat ervan uit dat de vervangingskosten voor een boom slechts 300 euro bedragen, maar vergeet de bijkomende kosten: een graafmachine huren, de weg afzetten, een gat graven en de oude boom afvoeren. Ook moet de nieuwe boom moet worden opgenomen in de watergeefroutine. Allemaal verspilling van tijd, geld en energie. Bovendien ondersteunt zo’n mentaliteit de circulaire gedachte niet.’

Tijdgat sluit af: ‘De gemeente Wijdemeren heeft al jaren een inboetpercentage van minder dan 1 procent, sinds besloten is om alle jonge bomen consequent twee jaar jeugdzorg te geven. Dit alles onder het motto: een baby zet je ook niet in een badje waarna je vervolgens koffie gaat drinken. Daar blijf je bij, je ondersteunt het hoofdje! 

Elke boom die we niet hoeven in te boeten, bespaart ons 900 tot 1200 euro. Deze sensoren dienen datzelfde doel. Je kunt er jonge bomen mee beheren, zodat ze goed aan de groei gaan en snel in de volgende groeifase komen.’ 

Bron: Stad + Groen

Bijna zes jaar geleden kreeg Henk Werner van Pius Floris de bijna onmogelijke opdracht om midden in de zomer bij 35 graden ongeveer 100 bomen in Amsterdam te vervangen. En niet zomaar door een aantal nieuwe jonge bomen, maar zoals Henk zei: “Flinke bomen in de maat 25 – 30 cm die al volop in het blad stonden”.  

Auteur: Mariëtte Schaap

Het perfecte recept voor droogtestress zou je zeggen. Maar nu, een aantal jaar verder kunnen we zeggen dat het project volledig geslaagd is: geen enkele boom is dood gegaan! Hoe heeft Henk dit voor elkaar gekregen?  

Een sterke basis om uitval en droogtestress te voorkomen

Allereerst hebben we de beste methode om de bodem voor te bereiden toegepast”, legt Henk uit. “Namelijk door de grond waarin de bomen zouden komen te staan te hergebruiken en deze op te mengen met onze bodemverbeteraar BBV”. Op deze manier heeft Henk met zijn team de perfecte basis gelegd om inboet door droogtestress te voorkomen. 

Om vervolgens het onderhoud optimaal vorm te geven zijn er bodemvochtsensoren van ConnectedGreen op strategische plaatsen bij de bomen geplaatst. De sensoren houden het vochtgehalte van de bodem constant in de gaten. Om de data van de sensoren uit te lezen, zijn de sensoren gekoppeld aan een dashboard. 

Technologie en zomeraanplant: De rol van ConnectedGreen

Middels dit dashboard van ConnectedGreen konden Henk en zijn team op afstand realtime gegevens over het vochtgehalte van de groeiplaats verzamelen en deze in de gaten houden. Niet alleen konden ze hierdoor proactief reageren op veranderingen bij de bomen, ook konden ze tijdig actie ondernemen om de nieuw geplante bomen te beschermen. Dit door water te geven in droge periodes, op het juiste moment en in de juiste hoeveelheid.   

Bodemvochtsensoren bij nieuwe aanplant

Wat eerst leek op een onmogelijk klus, heeft Henk de klus middels deze aanpak met succes weten af te ronden! Door het gebruik van de ConnectedGreen sensoren en het dashboard gedurende de startjaren, hebben de bomen de inboetperiode perfect doorstaan. 

ConnectedGreen

ConnectedGreen is een initiatief van Curious Inc., en is specialist in data en telematica met een passie voor innovatie, data gedreven technologie en duurzaamheid in groensector. Slimme bodemvochtmonitoring zorgt voor optimale watergift, inboetpreventie en minder projectbezoeken. Wij versterken groene ruimtes door natuur en innovatie te verbinden. 

Samen Nederland groener en duurzamer maken, dat is waar ConnectedGreen voor staat.

Hoe watergift en bodemvochtigheid het succes van boomplantprojecten bepalen

Met de komst van het voorjaar krijgen we de kans om onze omgeving te verrijken door het planten van bomen. De lente staat niet alleen symbolisch voor groei en vernieuwing, maar biedt ook de optimale voorwaarden voor jonge bomen om te wortelen en te floreren. Echter, succesvolle boomgroei hangt af van meer dan alleen het planten zelf; de nazorg, vooral gericht op de juiste watergift en bodemvochtigheid, is van cruciale belang. 

Auteur: Malon Gerrits

Het belang van bodemkwaliteit en bodemvochtigheid

Volgens onderzoek van de Universiteit van Wageningen speelt bodemkwaliteit een essentiële rol in het overlevingspercentage en de groei van bomen. De bodem moet niet alleen fysieke ondersteuning bieden, maar ook adequaat water en voedingsstoffen leveren. Onjuiste vochtigheidsniveaus in de bodem kunnen de opname van voedingsstoffen belemmeren. En leiden tot stress bij de boom, wat de groei negatief beïnvloedt. Efficiënt water geven leidt tot dieper groeiende wortels welke beter bestand zijn tegen slecht weer. (Een situatie waar we door klimaatverandering vaker tegenaan zullen lopen.) Niet alleen bespaart dit dus kosten op het gebied van water, maar ook op het herplanten van bomen en maakt het stedelijke gebieden met bomen een stuk veiliger. 

De rol van technologie in moderne boomzorg

De inzet van technologie in boomzorg is revolutionair. ConnectedGreen loopt voorop met een platform dat gebruik maakt van bodemvochtsensoren, waarmee real-time data over de bodemvochtigheid wordt verzameld. Dit stelt boomverzorgers in staat om watergift precies af te stemmen op de behoeften van de boom. Studies tonen aan dat gerichte watergift het overlevingspercentage van bomen aanzienlijk kan verhogen. De TUDelft benadrukt dat technologieën zoals bodemvochtsensoren de efficiëntie van watergebruik verbeteren en bijdragen aan de duurzaamheid van stedelijke groenprojecten. 

Besparing op water en tijd

Door het gebruik van het platform van ConnectedGreen kunnen gemeenten en groenbeheerders niet alleen de gezondheid van hun bomen verbeteren, maar ook aanzienlijke besparingen realiseren. Zo ervaart Gemeente Den Haag een vermindering van twee dagen per waterronde. Dit leidt tot een vermindering van de benodigde tijd en middelen voor water geven. Cruciaal gezien de groeiende druk op waterbronnen wereldwijd. 

Watergift

De toekomst van boomplanting en -verzorging

Het inzetten bodemvochtmonitoring is niet alleen een stap vooruit in de efficiënte verzorging van stedelijk groen; het is een investering in de toekomst van onze planeet. De Wageningen Universiteit & Research benadrukt het belang van stedelijke vergroening voor het verbeteren van de luchtkwaliteit, het bieden van schaduw en het verhogen van de biodiversiteit. 

Ga voor de meest optimale bodemvochtigheid

Kortom, begin dit voorjaar met de voorbereiding op een groene toekomst. Door te kiezen voor slimme boomzorg, gebaseerd op nauwkeurige data en gerichte handelingen, kunnen we samen werken aan een duurzamere wereld. Met ConnectedGreen kunnen jouw bomen (en planten) de best mogelijke start krijgen, wat leidt tot sterkere, gezondere stedelijke groenruimtes voor toekomstige generaties. 

Op 21 maart viert de wereld de Internationale Dag van het Bos, een speciale dag die door de Verenigde Naties is uitgeroepen om de onmisbare rol van bossen en bomen in ons leven te erkennen en te vieren. Deze dag is een uitgelezen moment om stil te staan bij hoe cruciaal bossen zijn voor onze planeet, onze samenleving, en voor de toekomstige generaties. Bij ConnectedGreen begrijpen we het belang van deze dag en grijpen we deze gelegenheid aan om het bewustzijn te vergroten over de onmisbare waarde van alle typen bos.

Auteur: Malon Gerrits

Het belang van bos

Bossen bedekken ongeveer 31% van het landoppervlak van de aarde. Ze zijn de levensader van onze planeet, die niet alleen een thuis bieden aan miljoenen soorten fauna en flora, maar ook fundamenteel zijn voor het menselijk welzijn. Bomen spelen een cruciale rol in de zuivering van de lucht die we inademen en het water dat we drinken. Ze zijn onze eerste verdedigingslinie tegen klimaatverandering, door koolstofdioxide te absorberen en als cruciale koolstofputten te fungeren.

Een bos is meer dan alleen een groep bomen

De Internationale Dag van het Bos benadrukt het belang van alle soorten bossen. Van de weelderige tropische regenwouden tot de gematigde bossen, en van de groene mangroves tot de naaldbossen in koude klimaten, elk bos heeft zijn unieke waarde en functie binnen het wereldwijde ecosysteem. Deze diversiteit aan boslandschappen ondersteunt niet alleen een breed scala aan biodiversiteit maar draagt ook bij aan de levens en culturen van lokale gemeenschappen over de hele wereld.

Onze rol en verantwoordelijkheid

Als individuen en als gemeenschap hebben we de verantwoordelijkheid om onze bossen te beschermen en te behouden. Ontbossing, landdegradatie en het verlies aan biodiversiteit vormen serieuze bedreigingen voor de gezondheid van onze planeet. Het is cruciaal dat we werken aan duurzame oplossingen die zowel de natuur beschermen als tegemoetkomen aan menselijke behoeften.

Bij ConnectedGreen zijn we toegewijd aan het implementeren van technologieën en strategieën die de gezondheid van bosgebieden monitoren en verbeteren. We geloven in de kracht van innovatie om een positieve impact te maken. Geavanceerde data-analysetools kunnen bosbeheerders helpen om patronen te identificeren en voorspellend onderhoud uit te voeren. Door trends in bodemvochtigheid, klimaat en andere relevante parameters te analyseren, kunnen bosbeheerders proactief maatregelen nemen om de gezondheid van bossen te behouden en bedreigingen zoals droogte, ziekten en plagen te voorkomen. Real-time monitoring van bodemvochtigheid helpt bosbeheerders waterbronnen efficiënter te beheren en optimaliseren. Dit helpt niet alleen om de gezondheid van bossen te handhaven, maar ook om de watervoorraden in het algemeen te behouden en te beschermen.

 
kinderen bomen planten

Doe ook mee

De Internationale Dag van het Bos is een herinnering aan de schoonheid en het cruciale belang van onze bossen. Maar het herinnert ons er ook aan dat bewustwording en actie niet beperkt moeten blijven tot één dag per jaar. We nodigen je uit om je bij ons aan te sluiten in de beweging voor bosbehoud. Of het nu gaat om het planten van een boom, het ondersteunen van bosbehoudprojecten of simpelweg het verspreiden van het woord, elke actie telt.

Laten we samenwerken om de bossen van onze wereld te beschermen en te koesteren, voor de huidige en toekomstige generaties. Elk bos telt, en samen kunnen we een verschil maken.

Met de komst van de lente op 20 maart ontwaakt de natuur uit haar winterslaap, een seizoen dat nieuw leven en nieuwe beginnen symboliseert. De start van de lente gaat hand in hand met de viering van Boomfeestdag. Een dag die ons eraan herinnert hoe belangrijk bomen zijn voor onze planeet, onze samenlevingen en ons welzijn.

Auteur: Malon Gerrits

Een explosie van kleuren en geuren

De lente brengt een explosie van kleuren en geuren met zich mee. Bloemen beginnen te bloeien, bomen lopen uit, en dieren ontwaken uit hun winterslaap. Het is een tijd van vernieuwing en groei. Een tijd waarin de natuur ons haar veerkracht en schoonheid toont. Deze periode nodigt ons uit om naar buiten te gaan en een frisse neus te halen. 

Boomfeestdag: Een traditie van planten en beschermen

Boomfeestdag, gevierd op 20 maart, valt samen met de start van de lente. Een uitgelezen moment om stil te staan bij het belang van bomen voor ons milieu. Het is een dag waarop jong en oud worden aangemoedigd om bomen te planten en te leren over het cruciale belang van deze groene reuzen. Bomen zijn essentieel voor het opvangen van CO₂. Maar ook het produceren van zuurstof en het bieden van leefgebieden voor talloze soorten. Bovendien spelen ze een sleutelrol in onze stedelijke omgevingen door lucht te zuiveren en hitte te temperen.

Vier boomfeestdag mee

Door stil te staan bij Boomfeestdag en de bewustwording van het groen om ons heen, dragen we bij aan een groenere, gezondere toekomst voor onszelf en volgende generaties. Vier boomfeestdag mee door:

1. Bomen Planten:

Sluit je aan bij lokale boomplantactiviteiten of organiseer zelf een evenement in je buurt. Elke geplante boom draagt bij aan een groenere toekomst.

2. Natuurwandelingen:

Maak een wandeling door de natuur om de lente te ervaren en beleven. Let op de nieuwe bladeren, bloeiende bloemen en terugkerende dieren.

3. Educatieve workshops:

Deelname aan workshops over het belang van bomen en bossen kan inzicht geven in hoe we beter voor onze planeet kunnen zorgen.

4. Kunst en ambachten:

Gebruik de lente als inspiratie voor kunstprojecten, zoals het schilderen van landschappen of het maken van bloemstukken, om de schoonheid van dit seizoen in huis te halen.

5. Een moment van reflectie:

Terwijl we genieten van de hernieuwde energie die de lente met zich meebrengt, biedt Boomfeestdag ons ook een moment van reflectie over onze relatie met de natuur. Het herinnert ons eraan dat het welzijn van onze planeet afhankelijk is van de zorg en respect die wij haar bieden. 

De combinatie van de lente en Boomfeestdag is een krachtige uitnodiging om actief bij te dragen aan de wereld om ons heen. Door samen te komen en bomen te planten, vieren we het leven, de gemeenschap en de hoop op een groenere toekomst. Laten we deze kans met beide handen aangrijpen en samen werken aan een wereld waarin natuur en mensheid in harmonie samenleven.

kinderen bomen planten
In een wereld waar beton vaak de overhand heeft, biedt het NK Tegelwippen 2024, van 21 maart tot en met 31 oktober, een unieke kans om Nederland letterlijk en figuurlijk groener te maken. Dit evenement, waarbij iedereen van particulieren tot gemeenten wordt uitgenodigd om tegels te vervangen door groen, is meer dan een competitie; het is een oproep tot actie tegen klimaatverandering, wateroverlast, en de hitte-eilandeffecten die onze steden plagen.

Auteur: Malon Gerrits

Waarom tegelwippen essentieel is

1. Watermanagement:

Water is onmisbaar voor bomen, vooral in de cruciale stadia na het planten. Te weinig water kan leiden tot droogtestress, terwijl te veel water juist wortelrot kan veroorzaken. Het geheim zit hem in de balans en consistentie. In het voorjaar, wanneer de sapstromen op gang komen en de groei begint, is het essentieel dat bomen voldoende water krijgen om hun nieuwe bladeren en wortels te ontwikkelen.

2. Hittebestrijding:

Tegels en stenen houden warmte vast, waardoor stedelijke gebieden veel warmer zijn dan hun groenere tegenhangers. Planten en bomen zorgen voor verkoeling, wat essentieel is tijdens hittegolven.

3. Biodiversiteit:

Minder tegels betekent meer ruimte voor flora en fauna. Dit is cruciaal voor biodiversiteit en het welzijn van bestuivende insecten, die een sleutelrol spelen in ons ecosysteem en voedselvoorziening.

4. Mentale gezondheid:

Een groenere omgeving heeft een positief effect op onze mentale gezondheid. Het bevordert ontspanning en welzijn en biedt ruimte voor recreatie en sociale interactie.

Dit is waarom jouw tegels goud waard zijn. De waarde van tegels gaat verder dan hun fysieke eigenschappen; ze vertegenwoordigen een kostbare kans voor verandering en verbetering. Door samen grijs te vervangen door groen, kunnen we tegels omzetten in waardevolle bijdragen aan een duurzamere toekomst. 

Bloembakken

Mocht tegelwippen nou echt niet lukken? Kies dan voor een aantal bloembakken. 

Hoe doe je mee?

 Iedereen kan meedoen door tegels te wippen in z’n eigen voor-, achter-, of geveltuin en gemeenten gaan de strijd met elkaar aan. 

1. Kies een locatie:
2. Verwijder de tegels:
3. Bereid de bodem voor:
4. Planten en zaaien:
5. Verzorgen en onderhouden:

Bepaal waar je tegels wilt vervangen. Zorg dat je toestemming hebt en denk na over de licht- en watercondities voor de toekomstige planten.

Gebruik gereedschap om de tegels voorzichtig te wippen, denk hierbij aan een schop. Hergebruik de tegels waar mogelijk of bied ze aan voor hergebruik via lokale netwerken.

Verwijder het (witte)zand en vervang dit door voedzame tuinaarde om een gezonde basis voor je nieuwe planten te creëren.

Kies voor lokale, duurzame plantensoorten die passen bij de condities van de omgeving. Denk aan bloemen, struiken, en zelfs kleine bomen.

Bepaal wie er verantwoordelijk is voor de verzorging en onderhoud. Een handige en effectieve manier om bij te houden of de nieuwe aanplant voldoende bodemvocht heeft, is met bodemvochtsensoren. De juiste hoeveelheid vocht zorgt namelijk voor gezonde groei en geen tot weinig inboet. 

Door het tegelwippen draag je bij aan een veerkrachtiger, gezonder, en mooier Nederland. Elk stukje groen telt, en samen kunnen we het verschil maken. 

Geef een nieuwe bestemming

Heb je oude tegels of zand over? Denk dan aan circulaire oplossingen zoals het bouwen van een insectenhotel, het aanleggen van een pad in een gemeenschapstuin, of het creëren van een unieke terrastafel.  Elk stukje hergebruik draagt bij aan een duurzamere wereld en verrijkt jouw buitenruimte. Ga de uitdaging aan en laat je inspireren door de mogelijkheden van hergebruik!

Start vandaag nog met jouw bijdrage aan een groenere toekomst!

Voor meer informatie en inspiratie, bezoek de website van NK-Tegelwippen en ontdek hoe jij je steentje kunt bijdragen aan een groenere wereld.

 

De lente is de ideale tijd om bomen te planten. Terwijl de natuur ontwaakt uit haar winterslaap, is het voor tuiniers en stadsplanners het perfecte moment om nieuwe levensvormen te laten wortelen. Maar, zoals elke groenliefhebber weet, is het planten van een boom slechts het begin. Zorgvuldige verzorging, met name op het gebied van watergift en bodemkwaliteit, is essentieel voor de gezondheid en groei van jonge bomen.

Auteur: Malon Gerrits

Zorgvuldige verzorging van jonge bomen begint bij

Watergift: Het levensbloed voor jonge bomen

Water is onmisbaar voor bomen, vooral in de cruciale stadia na het planten. Te weinig water kan leiden tot droogtestress, terwijl te veel water juist wortelrot kan veroorzaken. Het geheim zit hem in de balans en consistentie. In het voorjaar, wanneer de sapstromen op gang komen en de groei begint, is het essentieel dat bomen voldoende water krijgen om hun nieuwe bladeren en wortels te ontwikkelen.

De juiste grond: De fundering voor optimale groei van jonge bomen

Niet alleen de hoeveelheid water telt, maar ook de kwaliteit van de grond waarin de boom staat. De ideale grond voor een boom heeft de juiste vochtbalans en is rijk aan voedingsstoffen. Het moet goed draineren om overtollig water af te voeren en tegelijkertijd voldoende vocht vasthouden voor de wortels van de boom.

Innovatie in monitoring: De sleutel tot gezonde en veerkrachtige bomen

Dit is waar ConnectedGreen het verschil maakt. Ons platform maakt gebruik van geavanceerde bodemvochtsensoren om de vochtigheid van de grond in real-time te monitoren. Deze technologie biedt een ongeëvenaard inzicht in de waterbehoeften van jouw bomen en stelt je in staat om je watergift precies af te stemmen op wat ze nodig hebben.

20230816_151250

ConnectedGreen: Maakt het verschil

Vergoot de impact en effectiviteit van groenprojecten.

Voorkom inboet:
Bespaar water:
Bespaar tijd:

Door constante monitoring verminder je het risico op het verlies van jonge bomen en planten.

Ons systeem optimaliseert de watergift, wat leidt tot een significant lager watergebruik.

Onze klanten melden vaak dat zij 2 tot 3 dagen per water ronde kunnen besparen dankzij het gebruik van ConnectedGreen.

Begin het voorjaar goed en start vandaag nog met de juiste voorbereiding

De lente wacht niet, en nu is het moment om jouw groene projecten te starten. Met ConnectedGreen kan rekenen op gezonde bomen, bloeiende landschappen, en een groenere toekomst. Start vandaag nog met een goede voorbereiding op het nieuwe seizoen, en maak gebruik van de kracht van slimme monitoring om jouw watergift te optimaliseren, inboet te voorkomen en tijd en middelen te besparen.

Het verzorgen van onze stedelijke en openbare groene ruimtes is nog nooit zo nauwkeurig en efficiënt geweest. Laten we deze lente samen het fundament leggen voor een groenere en duurzamere wereld.

In de wereld van groenbeheer en duurzaamheid is er een groeiende erkenning voor het belang van geavanceerde technologieën die ons helpen om onze natuurlijke omgeving te begrijpen en te verbeteren. Eén van de meest innovatieve ontwikkelingen in dit domein zijn bodemvochtsensoren. Deze sensoren spelen een cruciale rol bij het monitoren en beheren van bodemvochtigheid. Wat op zijn beurt bijdraagt aan gezondere planten, efficiënter watergebruik en duurzaam groenbeheer. In deze blog leggen we je uit waarom de kalibratie van de grondsoorten in de sensoren zo essentieel is.

Auteur: Malon Gerrits
ConnectedGreen Bodemvochtsensor

Een van de opvallende kenmerken van onze sensoren is het vermogen om zich aan te passen aan verschillende grondsoorten. Deze aanpasbaarheid is te danken aan de kalibratiefunctionaliteit in het platform. Deze functionaliteit maakt het mogelijk om de sensor af te stemmen op specifieke bodemomstandigheden. Hierdoor kunnen de sensoren nauwkeurige en betrouwbare gegevens genereren, ongeacht het type grond waarin ze zijn geïnstalleerd.

Waarom kalibratie van grondsoorten belangrijk is

Nauwkeurigheid in metingen:

Verschillende grondsoorten hebben verschillende eigenschappen met betrekking tot vochtopname en -afgifte. Door de sensor te kalibreren op basis van de specifieke grondsoort waarin hij is geplaatst, kunnen nauwkeurige metingen worden verkregen. Dit is van cruciaal belang om te bepalen wanneer en hoeveel water er moet worden gegeven, wat bijdraagt aan effectief waterbeheer en de gezondheid van planten bomen.

Efficiënt waterbeheer:

Overbewatering en onderbewatering kunnen beide schadelijk zijn voor planten en bomen. Met nauwkeurige metingen dankzij kalibratie kunnen groenbeheerders en tuinliefhebbers de watergift optimaliseren. Waardoor waterverspilling wordt verminderd, wortelrot wordt tegengegaan en de groei en bloei van planten worden bevorderd.

Veelzijdig gebruik:

Verschillende groene ruimtes hebben verschillende grondsoorten. Of het nu gaat om een stadspark, een tuin of een landbouwgrond, het vermogen van het ConnectedGreen om zich aan te passen aan diverse grondsoorten maakt ze veelzijdig en geschikt voor uiteenlopende toepassingen.

De juiste kalibratie van bodemvochtsensoren, is essentieel voor het verbeteren van de nauwkeurigheid van bodemvochtmetingen, aangezien dit direct impact heeft op het vaststellen van irrigatiebehoeften. Maar ook het voorkomen van zowel onder- als overwatering. Het doel is om planten binnen het ‘gezonde’ vochtigheidsbereik te houden, waarbij ze niet te veel of te weinig water krijgen, om stress te voorkomen en de groei te maximaliseren. Daarbij is het begrijpen van de pF-waarden en het kunnen interpreteren van de bodemtextuurdriehoek fundamenteel voor het selecteren van het juiste bodemtype voor de sensor en het optimaliseren van het waterbeheer.

ConnectedGreen en grondsoorten kalibratie

ConnectedGreen begrijpt het belang van de juiste kalibratie. Door de mogelijkheid van kalibratie van grondsoorten aan te bieden binnen het platform, kun je de sensoren optimaal benutten, ongeacht de bodemgesteldheid van de specifieke locatie.

3 nieuwe grondsoorten

Het platform stelt gebruikers relatief eenvoudig in staat om grondsoorten in te stellen en de sensoren dienovereenkomstig te kalibreren. Dit betekent dat ongeacht of het nu zandgrond, kleigrond of leemgrond is, de sensoren nauwkeurige gegevens zullen leveren die bijdragen aan een gezonder groenbeheer.

20230816_153338
Wil je precies weten hoe het zit met de kalibratie van Sensoterra sensoren? Lees dan hier verder.

Hoe technologie zorgt voor natuurbehoud

In de wereld van vandaag, waar de strijd tegen klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit steeds urgenter wordt, speelt technologie een cruciale rol in het beschermen van onze planeet. Bij ConnectedGreen erkennen we de onmisbare bijdrage van wilde dieren en planten aan de gezondheid van de aarde en het welzijn van de mensheid. Daarom streven we ernaar het bewustzijn over het belang van biodiversiteit te vergroten. In deze blog laten we je zien hoe de kracht van technologie en innovatie een verschil maken in natuurbehoud.

Auteur: Malon Gerrits
biodiversiteit

Het belang van biodiversiteit

Biodiversiteit, de rijke verscheidenheid aan leven op aarde, is meer dan alleen een esthetische waarde. Het is cruciaal voor het overleven van de mensheid. Van de lucht die we inademen tot het water dat we drinken en het voedsel dat we eten. Alles is afhankelijk van de natuurlijke processen die door biodiversiteit worden ondersteund. Ecosystemen zoals bossen, oceanen, en wetlands spelen een sleutelrol in het reguleren van het klimaat, zuiveren van water en lucht, en bestuiving van gewassen. Zonder een gezonde biodiversiteit zou onze planeet onherkenbaar veranderen, met directe gevolgen voor onze levenskwaliteit.

biodiversiteit-wilde bloemen

De rol van technologie voor natuurbehoud

Bij ConnectedGreen geloven we dat technologie een brug kan slaan tussen menselijke activiteit en natuurbehoud. Door innovatieve oplossingen te ontwikkelen, helpen we de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. Hier zijn enkele manieren waarop technologie bijdraagt aan natuurbehoud: 

Sensortechnologie voor monitoring van natuur:

Data-analyse en AI:

GIS en remote sensing:

Een van de meest invloedrijke technologieën in het natuurbehoud is sensortechnologie. Waarbij geavanceerde sensoren worden gebruikt om vitale gegevens over ecosystemen te verzamelen. Deze sensoren kunnen veranderingen in temperatuur, vochtigheid, bodemkwaliteit en waterkwaliteit detecteren. Hierdoor ontstaat er beter inzicht in de gezondheid van een habitat. Deze real-time gegevens helpen ons om snel in te grijpen wanneer een gebied onder druk staat of wanneer bijzondere aandacht vereist is.

Door enorme hoeveelheden milieu- en klimaatgegevens te analyseren, kunnen patronen worden geïdentificeerd, voorspellingen worden gedaan en effectievere natuurbehoud strategieën worden ontwikkeld.

Geografische Informatie Systemen (GIS) en remote sensing-technologieën bieden krachtige tools voor het in kaart brengen en monitoren van habitats op grote schaal. Door bijvoorbeeld satellietbeelden en luchtfoto’s te analyseren, kan veranderingen in landgebruik, ontbossing en grondwaterpeil worden gevolgd. 

20230816_151250

Gegevens platforms en dashboards:

Mobile apps:

Gegevens uitgewerkt in overzichtelijke dashboards verrijken het begrip van biodiversiteit. Bovendien helpen ze bij het opsporen van veranderingen of nieuwe bedreigingen. 

Technologie maakt het mogelijk om het grote publiek te betrekken bij natuurbehoud. Het ontwikkelen van mobiele apps die burgers in staat stellen om waarnemingen van wilde dieren en planten te melden. Deze citizen science-projecten vergroten niet alleen het bewustzijn over het belang van biodiversiteit, maar genereren ook enorme hoeveelheden gegevens die onderzoekers en beleidsmakers kunnen helpen bij het nemen van geïnformeerde beslissingen.

Kortom, de relatie tussen technologie en behoud van de natuur is sterker dan ooit tevoren. Door innovatie te omarmen en de krachten van technologie en natuurbehoud te bundelen, kunnen we de prachtige biodiversiteit op onze planeet beschermen en koesteren voor toekomstige generaties.

Actie ondernemen

Het beschermen van biodiversiteit is niet alleen de taak van wetenschappers en natuurbeschermers; het is een verantwoordelijkheid die we allemaal delen. Op deze World Wildlife Day nodigen we je uit om samen met ons het verschil te maken. Hier zijn enkele manieren waarop ook jij eenvoudig en laagdrempelig kunt bijdragen:

Ondersteun natuurbehoudprojecten:

Of het nu gaat om het planten van bomen, het schoonmaken van stranden of het doneren aan organisaties die zich inzetten voor natuurbehoud, elke actie telt.

Video afspelen

Duurzaam leven:

Educatie:

Maak bewuste keuzes in je dagelijks leven, zoals het verminderen van afval, kiezen voor duurzame producten, en het verminderen van je ecologische voetafdruk.

Deel je kennis en passie voor de natuur met anderen. Bewustwording is de eerste stap naar verandering.

Bij ConnectedGreen zien we het belang van educatie als een kerncomponent van onze missie om bewustwording en passie voor de natuur te verspreiden. Educatie vormt de basis voor verandering door kennis en inzicht over te dragen aan de volgende generaties. Daarom zijn we ontzettend trots op onze recente samenwerking met YUVERTA.

Laten we samenwerken voor een groenere, duurzamere wereld.

Een diepgaande blik: 6 redenen

Regen – de natuurlijke bron van vocht voor planten en bomen. Het lijkt logisch dat overvloedige regenval ervoor zou zorgen dat de grond voldoende bevochtigd wordt, en daarmee de wortelzones van onze geliefde flora. Echter, de werkelijkheid is soms complexer dan we denken. Er zijn situaties waarin, ondanks regenbuien, droogte in de wortelzone kan aanhouden. Hoe dit kan leggen we je uit.

Auteur: Malon Gerrits

1. Bodemstructuur speelt een rol

De structuur van de bodem is een van de belangrijkste factoren die de mate van waterdoorlatendheid beïnvloedt. Bodems met een dichte structuur, zoals klei, kunnen regenwater moeilijk absorberen. Hierdoor kan het water aan het oppervlak blijven staan en niet diep genoeg doordringen om droogte in de wortelzone te voorkomen.

2. Regenintensiteit en bodemabsorptie

Als de regenval erg intens is, kan de bodem het water mogelijk niet snel genoeg absorberen en afvoeren. Dit resulteert in oppervlaktewater dat wegvloeit voordat het de diepere wortelzone kan bereiken, waardoor droogte persisteert.

3. Verdamping onttrekt: Hoe zonlicht en wind water doen verdampen

Zonlicht en wind zijn de boosdoeners bij verdamping. Zelfs na een regenbui kan de zon en wind ervoor zorgen dat het water aan het oppervlak snel verdampt voordat het de wortels kan bereiken. Zonlicht levert de energie om water in damp om te zetten, terwijl wind zorgt voor een constante stroom van drogere lucht, waardoor de verzadigde lucht wordt verwijderd en het verdampingsproces wordt versneld. Vooral in warme en winderige omstandigheden kan deze interactie leiden tot aanzienlijke verdamping, wat bijdraagt aan droogte in de wortelzone, zelfs na hevige regenval.

4. De waterafvoer in beweging

Op hellingen kan het regenwater snel wegstromen voordat het de kans krijgt om door de bodemlagen te sijpelen en de wortelzone te bereiken. Dit betekent dat sommige delen van de bodem misschien nauwelijks enig vocht ontvangen.

5. Worteldiepte speelt een rol

De diepte waarop de wortels van bomen en planten zich bevinden, is een belangrijke factor. Als ze diep geworteld zijn, kan het regenwater moeite hebben om door de grondlagen te dringen en ze te bereiken.

6. Concurrentie van ander groen

In dichtbegroeide gebieden kunnen andere planten snel het regenwater opnemen, waardoor er minder overblijft voor de wortelzones van bepaalde bomen en planten.

Diepgaand inzicht in de droogte in de wortelzone: ConnectedGreen's antwoord op uitdagende omstandigheden

Om deze uitdagende situaties aan te pakken, is een dieper inzicht in bodemvochtigheid essentieel. ConnectedGreen begrijpt dit en heeft platform ontwikkeld om bodemvochtigheid te monitoren, zelfs in uitdagende omstandigheden als deze. Door gebruik te maken van sensoren en slimme technologieën, biedt het platform de mogelijkheid om de watergift te optimaliseren, zelfs wanneer regen niet altijd resulteert in voldoende vocht voor bomen en planten.

Het begrijpen van deze dynamiek is van groot belang, met name bij het beheren van groene ruimtes en het onderhouden van gezonde vegetatie. Door rekening te houden met factoren zoals zonlicht, wind en vochtigheid, kunnen we beter inschatten hoeveel water planten en bodems daadwerkelijk
nodig hebben en hoe we het verdampingsproces kunnen beïnvloeden om waterverlies te verminderen en efficiënter om te gaan met beschikbare waterbronnen. Zelfs in situaties waarin de omstandigheden verrassend complex kunnen zijn.

ConnectedGreen stelt gebruikers in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen en te zorgen voor gezonde en florerende groene omgevingen, ongeacht de complexiteit van de omstandigheden. Meer weten? Lees hier verder

‘’De natuur lijkt eenvoudig: regen voor vochtige wortels. Maar onze bodems vertellen een complex verhaal. Dichte structuren, intense regenval, zonlicht en wind, het kan zelfs bij overvloedige regen de wortelzone droog houden. ConnectedGreen onthult dit diepgaande inzicht in bodemvochtigheid. We begrijpen de complexiteit en bieden de tools om groene ruimtes te beheren. Laat de natuur je niet voor de gek houden’’ – ConnectedGreen

Terwijl de metrologische zomer al begonnen is, staat de astrologische zomer voor de deur. Over twee weken bereikt de aarde haar meest noordelijke positie en staat de zon loodrecht boven de Kreeftskeerkring. Dus, liggen de hitteprotocollen ondanks de natte lente al klaar, waarbij natuurlijke verkoeling door groene oplossingen essentieel zal zijn voor stedelijke gebieden en privétuinen.

 

Auteur: Malon Gerrits

Toch zou het, volgens Noï Boesten (IVN-projectleider Natuur in de buurt), fijn zijn als we eens wat verder kijken dan alleen kortetermijnoplossingen. Veel tuinen zijn momenteel volledig betegeld en bieden een schaduw. Op tropische dagen functioneren deze tuinen als ovens. Dit geldt ook voor veel stedelijke gebieden en bedrijventerreinen waar groen en dus natuurlijke verkoeling schaars zijn.

Het probleem van hittestress neemt toe, aangezien warme periodes vaker voorkomen. Hittestress kan zelfs leiden tot sterfgevallen, vooral onder kwetsbare mensen. Gemeenten, ontwikkelaars en bouwbedrijven kunnen helpen bij het bestrijden van hittestress door de buitenruimte hittebestendig in te richten. Een werkgroep van OSKA (Overleg Standaarden Klimaatadaptatie) heeft onderzocht welke behoeften er zijn om kennis en inzichten over hitte in de buitenruimte te integreren in standaarden, en doet op basis daarvan enkele aanbevelingen. IVN Natuureducatie benadrukt ook dat er nog veel kansen liggen om te investeren in groene oplossingen voor natuurlijke verkoeling en de gezondheid van iedereen.

De overmatige bestrating verstoort het natuurlijke evenwicht. Bij hevige neerslag wordt het water op deze plaatsen alleen maar afgevoerd naar het riool, wat onnatuurlijk is. Groen fungeert als een spons, het absorbeert water, wat essentieel is voor een gezonde bodem en het bieden van verkoeling. Op een tropische dag is het ondraaglijk om met blote voeten op een betegeld terras te lopen. Voel het verschil maar eens met de aarde.

 

Een verkoelend effect

De natuur heeft een verkoelend effect. In bossen en parken met veel bomen en schaduw is het zelfs bij hoge temperaturen aangenaam. Zou je dat niet overal willen hebben? Voor mensen die op bedrijventerreinen werken, zou het veel gezonder zijn als ze daar ook in het groen kunnen wandelen. Hetzelfde geldt voor binnensteden, waar het op zulke dagen maar liefst 15 graden warmer is dan in het bos. In plaats van overal airconditioners aan te zetten, zou er juist meer geïnvesteerd moeten worden in bomen, groene tuinen, groene gevels en groene daken. Deze bieden ook natuurlijke verkoeling. Bovendien tonen meerdere wetenschappelijke onderzoeken aan dat groen een positief effect heeft op onze gezondheid en welzijn, en bieden ze huisvesting en voedsel aan vogels, bijen en insecten in Nederland.

‘‘Eén boom werkt als 10 airco’s en verbruikt geen stroom’’ – Noï Boesten

Een waterton

Inmiddels zou iedereen met een tuin anno 2023 over een waterton moeten beschikken. Het is zonde dat regenwater, dat op andere momenten valt, rechtstreeks in het riool verdwijnt, terwijl we het op warme dagen zo hard nodig hebben. Voor degenen die zich zorgen maken over de veranderingen in het klimaat, is het aanschaffen van een regenton wellicht een eenvoudige eerste stap. Vooral afgelopen lente bleek een waterton erg handig te zijn. De lente van 2023 eindigde namelijk op de 4e plaats. “Dit jaar is als vierde geëindigd in het rijtje natste lentes in Nederland.” Dat zie je ook aan de natuur. “Die staat er fris en groen bij”, zegt Marjon de Hond van Buienradar. Nu wachten we op de eerste officiële landelijke zomerse dag, waarop het in De Bilt 25 graden zal zijn.

 

Een gestandaardiseerd proces voor hittemaatregelen

Een belangrijke aanbeveling van OSKA is om een gestandaardiseerd proces te ontwikkelen voor hittemaatregelen, zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw. Gemeenten, ontwikkelaars en bouwbedrijven kunnen deze standaard gebruiken.

Landelijke richtlijnen zouden als minimumnorm moeten gelden, zoals de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving die momenteel wordt ontwikkeld.

Lokale partijen kunnen deze richtlijnen verder aanscherpen.

Er zou ook een standaard moeten komen voor het ontwerpproces van een project, waarbij groene maatregelen de eerste keuze zijn.

Verder zouden er uniforme afspraken moeten komen over de berekening van de effectiviteit van hittemaatregelen en kwaliteitseisen. Tegelijkertijd moet deze standaard ook ontwerpers aanspreken, zodat ze kunnen zien hoe effectief de verschillende maatregelen en richtlijnen zijn.

Ook burgerparticipatie moet een rol spelen in de standaard, omdat betrokkenheid van bewoners een positief effect heeft op de uiteindelijke uitvoering, acceptatie en het gebruik van de maatregelen in de buitenruimte.

 

Aan de slag

Op dit moment werkt een actieteam van OSKA aan de uitvoering van deze aanbevelingen. Dit team zal ook de resultaten meenemen van een WUR-onderzoek naar koelte in de buitenruimte. Daarnaast heeft IVN veel concepten ontwikkeld om tuinen te vergroenen of water te creëren in je tuin. IVN heeft alle ingrediënten in huis om de steeds vaker voorkomende tropische dagen het hoofd te bieden. Nu is het tijd dat iedereen actie onderneemt en begint met de eerste stap: de waterton.

 

Grip op kostbaar water

Naast de individuele acties die iedereen thuis onderneemt, is het ook aan gemeenten en groenvoorzieners om actie te ondernemen. Hierdoor kan er veel water en CO2-uitstoot bespaard worden tijdens projectbezoeken, zoals de gemeente Den Haag heeft opgemerkt. De watergift vereist nauwkeurigheid; te weinig water is niet goed, maar te veel ook niet. “Vroeger namen we het zekere voor het onzekere om droogtestress te voorkomen”, vertelt Marco van Tol, coördinator van het gemeentelijke Groencentrum.

“Als het warm werd, wilde men overal snel water geven. Dat ging ten koste van de nauwkeurigheid. Planten kregen dan soms te kort water, maar op de warme dagen soms ook te lang.’’

Tegenwoordig krijgt elke plantenbak precies de berekende hoeveelheid water. Het Haagse gemeentelijke Groencentrum houdt zijn 1800 plantenbakken namelijk digitaal in de gaten.

Door vochtmetingen met sensoren kan nauwkeurig worden bepaald waar en wanneer water nodig is. “Als resultaat geven we nu minder water, wat aanzienlijke tijdsbesparingen oplevert. Elke ronde die vroeger acht werkdagen duurde, kan nu in zes dagen. Dezelfde medewerkers kunnen nu meer werk doen en de voertuigen maken minder kilometers, dus tegelijkertijd verkleinen we onze CO2-voetafdruk”, legt Marco uit. De planten zien er volgens hem beter uit sinds de watergift beter gereguleerd is. “De kwaliteit is constanter en er is bijna geen uitval.” Niet alleen de planten, maar ook de medewerkers ervaren minder stress. “Win-win dus.”

Het Haagse gemeentelijke Groencentrum houdt zijn 1800 plantenbakken buiten digitaal in de gaten. Dankzij meting met vochtsensoren voor waterbeheer is heel precies te zien waar en wanneer ergens water bij moet.

Auteur: Malon Gerrits

Digitaal platform helpt Den Haag 'zomerklaar' maken

Het jaarlijks plaatsen van honderden bakken met bolbloemen, geraniums en andere seizoensplanten verspreid door Den Haag, is een grote en goed geoliede logistieke operatie. Het Groencentrum is daarvan het epicentrum. De plantenbakken worden op het eigen kwekerijterrein gereedgemaakt. Het begint in het vroege voorjaar met bolbloemen van diverse soorten, om een zo lang mogelijke bloeiperiode te krijgen. Als deze voorbij is, worden ze opgehaald. Tijdens dezelfde ronde plaatst de gemeente dan in één moeite door nieuwe bakken met andere planten die aansluitend bloeien.

Vijf jaar geleden was Den Haag een van de eerste gebruikers van een systeem van ConnectedGreen dat met vochtsensoren voor waterbeheer het vochtgehalte in de plantenbakken bijhoudt. ‘We kunnen zo veel preciezer water geven’, zegt Marco van Tol, coördinator van het gemeentelijke Groencentrum. ‘Drie jaar geleden zijn we het ook gaan gebruiken bij bomen.’

De sensoren worden aangesloten op het bijbehorende digitale systeem. Vooral dit ‘platform’ is de specialiteit in het concept, zo onderstreept leverancier ConnectedGreen. Het kan werken met allerlei sensoren.

‘‘Vroeger namen we het zekere voor het onzekere om droogtestress te voorkomen.’’Marco van Tol, Coördinator Groencentrum

Kleine grondbuffer

Bij bloembakken luistert de watergift het nauwkeurigst, omdat er maar een kleine grondbuffer is. ‘Als je te laat bent met water geven, is de grond al uitgedroogd. Eigenlijk is het dan ook meteen klaar, want het watervasthoudend vermogen is dan verdwenen en dat moeilijk terug te krijgen’, legt Marco uit. ‘Dankzij de vochtsensoren voor waterbeheer kunnen we droogte tijdig detecteren en proactief handelen door extra water te geven voordat de situatie kritiek wordt.’

Te weinig water is niet goed, te veel ook niet. ‘Vroeger namen we het zekere voor het onzekere om droogtestress te voorkomen. Het risico dat de planten lang te natte voeten houden, is in de bakken relatief klein, omdat die een overloop hebben. Als we in het systeem langer een hoog vochtgehalte zien, betekent dit waarschijnlijk dat de afvoer verstopt zit. Dat gebeurt een enkele keer.’

De planten staan er naar zijn zeggen mooier bij sinds de watergift beter is gereguleerd. ‘De kwaliteit is constanter en er is vrijwel geen uitval.’ Net als de planten blijken ook de medewerkers van stress bevrijd. ‘Als het warm werd, wilde men overal snel water geven. Dat ging ten koste van de nauwkeurigheid. Planten kregen dan soms te kort water, maar soms ook te lang. Nu krijgt elke bak precies het berekende aantal liters. Per saldo zijn we minder water gaan geven, wat een flinke tijdsbesparing oplevert. Een ronde die vroeger acht werkdagen duurde, kan nu in zes. Dezelfde mensen kunnen zo meer werk doen en de voertuigen maken minder kilometers.’

‘‘De planten staan er beter bij. De kwaliteit is constanter en er is vrijwel geen uitval.’’Marco van Tol, Coördinator Groencentrum

Logistiek

Het Groencentrum is centraal gelegen op de grens van Den Haag en Scheveningen en stond vroeger bekend als de gemeentekwekerij. Toen kweekte de gemeente veel planten nog zelf. Tegenwoordig worden alle planten ingekocht. Ze worden hier verzameld en gereedgemaakt voor de ploegen die ze uiteindelijk gaan planten. Het planten en onderhouden ervan is de taak van het Groencentrum, net als het plaatsen en beheren. ‘Het is nu veel meer een logistiek centrum dan een kwekerij.’

Het twee hectare grote terrein is bestemd voor groen dat wacht op een definitieve bestemming: van bomen die er tijdelijk zijn opgeplant tot jonge heesters, vaste planten en eenjarigen. In een speciale, wat extra verwarmde afdeling in de kas staan warmteminnende planten die in de winter binnen moeten staan, zoals palmbomen. De rest van de kas wordt alleen vorstvrij gehouden. De palmbomen waren een cadeautje van de winkeliersvereniging in Scheveningen, om de badplaats een tropisch tintje te geven. Ze vinden dit voorjaar hun weg naar buiten. ‘Een vochtsensor in een van de bakken, een beetje grond erover en klaar zijn ze.’

Medewerkers zijn in de kas bezig 480 hangbakken te vullen met eenjarige bloeiers, zoals geraniums. Die zullen eerst een maand opgroeien in de kas, beschut tegen de vroege voorjaarskou. Den Haag zet met deze hangbakken al vroeg de bloemetjes buiten, als eerste in het centrumgebied. Zo kunnen ze bijdragen aan de feestvreugde op Koningsdag. ‘Na Koningsdag hangen we de bakken in de andere de wijken op. Vervolgens komen de brugbakken aan de beurt en daarna volgen de schalen en piramides.’

Batterij

Eén vochtsensor volstaat voor meerdere bakken op één locatie die vergelijkbaar zijn qua beplanting. Met ongeveer 160 sensoren is de situatie te volgen voor alle 1800 bakken. Het vochtgehalte op de meetlocaties is op een computerscherm of via een app op de telefoon af te lezen.

Het systeem blijft in ontwikkeling en wordt uitgebreid. Zo kwam de app erbij en komt er een kaart met alle locaties erop. ‘Zo kun je routes efficiënt plannen. Als de mensen op de waterwagen een locatie op de kaart aantikken, zien ze meteen hoeveel water ze moeten geven’, zo blikt Van Tol vooruit. ‘Licht een locatie op de kaart oranje of rood op, dan weten ze dat ze daar eerst naartoe moeten.’

Ook de vochtsensoren voor waterbeheer zelf blijven in ontwikkeling. De batterijen werden verbeterd, waardoor ze langer meegaan. ‘Vaak langer dan we denken. Wellicht wordt het niveau van de batterijen te zijner tijd ook zichtbaar in het systeem. Dan hoeven we ze niet meer preventief te vervangen en blijven we ze gebruiken tot ze echt leeg zijn.’

Slim waterbeheer voor de stad

Den Haag, bekend om haar prachtige duinen, parken en landgoederen, zet geavanceerde technologie in voor slim waterbeheer. De straten, lanen en natuurgebieden in Den Haag kleuren groen dankzij haar bomen en planten. Echter, natuur in de stad is kwetsbaar. De gemeente doet verschillende dingen om de natuur in de stad te beschermen, verzorgen en onderhouden. Niet alleen krijgen bomen en planten regelmatig een snoeibeurt, ook worden ze geregeld bewaterd. Met name nieuwe aanplant wordt goed verzorgd, waarbij slim waterbeheer een cruciale rol speelt. Want een stad met veel verschillende planten en dieren is een gezonde en aantrekkelijke stad. Lees hoe de gemeente de Haagse natuur in het centrum beschermt en versterkt met slimme sensoren en een online dashboard.

Auteur: Malon Gerrits

Een stad vol kleur

Naast het groen van de verschillende bomen, kleuren vele bloembakken de stad gezellig bont. Van petunia-achtige planten en geraniums tot witte anjers, Indisch riet en veel meer. Je vindt ze in de verschillende bakken verdeeld door de stad. Deze bakken bieden uitkomst voor het ruimtegebrek in het centrum van de stad. Per seizoen vind je er andere bloemen en planten. Zo ziet het centrum er het hele jaar door prachtig fleurig uit.

Omgaan met droogte (en stortbuien)

De bomen en planten worden gedurende het hele jaar goed onderhouden en verzorgd. Vaste routes helpen de beheerders om de bloemen, bomen en planten te voorzien van water. Met name in deze hitte lusten deze groeneslurpers wel een extra slok.

Maar het watertekort en de verschillende hitteplannen maken het er niet makkelijker op. Dit moet anders, slimmer en efficiënter. Zo vindt ook Marco van Tol, Coördinator van Groencentrum. Oneindig veel rondes rijden met watertanks, geen zicht hebben op het feit of de bomen en planten juist te droog of te nat staan en domweg watergeven omdat dat nu eenmaal de ‘taak’ van vandaag is, zijn verleden tijd.

Zo wordt het traditionele water geven steeds meer vervangen door slim waterbeheer: Bodemvochtsensoren van ConnectedGreen maken namelijk plaatst om slimmer en efficiënter te werken. Maar bovenal duurzamer! 

Slim waterbeheer geeft rust, tijd, tevredenheid en tegelijkertijd minder kosten

Zo’n vier jaar geleden is Marco begonnen met het monitoren van bodemvocht met draadloze sensoren. Een pilot van tien sensoren leverde als snel veel interessante data. De pilot was zelfs zo geslaagd dat de bodemvochtsensoren een jaar later al niet meer waren weg te denken uit het Haagse groenbeheer. Alle bloembakken in het Haagse centrum zijn per locatie voorzien van minimaal één sensor. Op de plaatsen waar meerdere bloembakken staan, wordt bodemvocht gemonitord aan de hand van twee sensoren. Eén in een bloembak in de schaduw en de ander in een bak in de zon. Op deze manier creëert Marco een referentie waarop hij kan acteren.

Meer tijd

Door goed op de data in te spelen kun je als groenbeheerder ontzettend veel tijd én water besparen. Zo worden de bloembakken die bijvoorbeeld in de zon staan voorzien van water, terwijl de bloembakken in de schaduw een ronde overgeslagen kunnen worden.

Doordat wij aan de hand van deze data de routers beter konden inplannen, konden we al snel 2 dagen per ronde besparen.’’Marco van Tol, Coördinator Groencentrum

‘‘Drie jaar geleden zijn we gestart met het monitoren van de bloembakken in het centrum. In het eerste jaar scheelde dat al meteen twee dagen per rode ten opzichte van andere jaren. Wanneer je dit omrekent naar arbeid, dan is dit echt een hele besparing. Dat betekende ook weer dat we meer bloembakken in één route konden doen.’’

We kregen steeds meer bloembak-aanvragen en op een gegeven moment loop je vast met je planning en dergelijke waardoor je gaat zoeken in de marges. De sensoren hebben hier echt aan bijgedragen. We konden routes namelijk efficiënter gaan inrichten.’’

Minder water

Wanneer de hoveniers vervolgens de routes gaan rijden kijken ze in de app. Heeft een bloembak buiten de ronde dringend water nodig, dan kan deze eenvoudig in de route worden meegenomen. Want op het moment dat de bloembakken in de gewone ronden nog beschikken over 40% water hoef je deze minder water te geven dan voorheen. Voorheen gaven we iedere bloembak zo’n 80 tot 100 liter water. Per minuut komt er 7 liter water uit de tank. Dus iedere liter water die je minder aan zo’n bloembak kwijt hoeft scheelt enorm veel tijd.’’

Buiten dat monitoring veel tijd bespaart, bespaart het ook veel water. ‘Neem een periode als afgelopen maand, het is erg heet en droog. Voorheen was het zo dat de hoveniers dachten: met deze hitte moeten alle bloembakken water hebben. Nu, met de sensoren, zien de hoveniers precies waar ze wel en niet water moeten geven. Dit geeft de hoveniers veel meer rust.’’

Meer rust

Onze chauffeurs loggen in de app van ConnectedGreen in en zien daar precies hoe het er op hun route voorstaat. Doordat er dankzij deze monitoring efficiënter gewerkt kan worden, kan er ook meer werk worden verzet in dezelfde tijd. Desondanks hebben de jongens en meiden in het werkveld een ontspannener gevoel, dat creëert rust in het team. Daarbij komen we niet voor verrassingen te staan, bijvoorbeeld dat er ineens een hele locatie met beplanting is uitgevallen.’’

Meer tevredenheid

Het monitoren brengt je in een proces dat steeds beter en beter wordt. Naast dat de routes efficiënter gepland konden worden, gingen de bloembakken er steeds beter en verzorgder uitzien. De ronde kon immers vaker worden gereden, dit betekende ook minder uitval. Dat leverde de gemeente uiteindelijk ook minder burgerklachten op, dus men is tevreden.’’

Landelijk kan er nog veel oppervlaktewater, dat opgepompt wordt, bespaard worden.’’Marco van Tol, Coördinator Groencentrum

Op dit moment werkt de afdeling van Marco met maar liefst 85 sensoren. Hij is zelfs zo enthousiast dat hij collega kwekerijen de sensoren aanraadt. Voor hen valt in zijn ogen nog veel te besparen op gebied van watergift. Want ook al lijkt de toplaag nog zo droog, het kan zomaar zo zijn dat de laag eronder vochtig is. Alleen weet je dat dus pas zeker als je het daadwerkelijk meet. Daarnaast werken waterpompen veel al op diesel. Dus wanneer je minder water geeft, is er ook minder brandstof nodig. Een win-winsituatie dus.

Nieuwe ontwikkelingen

Naast ontwikkelingen in technologie zijn ook de bloembakken in Den Haag volop in ontwikkeling. De polyester bakken met een klein reservoir maken plaats voor bloembakken gemaakt van gerecycled plastic. Deze bakken beschikken over een dubbele wand. Hierdoor bevat de bloembak stilstaande lucht wat resulteert in een constante grondtemperatuur en minder verdamping. Het reservoir met overloop zorgt voor een goede buffer. Dit maakt de bloembakken een stuk duurzamer en dat is ook met de sensoren aan te tonen.

Met de sensoren kunnen we goed de verschillen in type bloembak meten. Zo bleek het eerste jaar dat de nieuwe bloembakken aanzienlijk minder water nodig hadden dan de polyester bloembakken. Mogelijk dat dit ook deels aan de beplanting ligt, daarom ben ik ook dit jaar opnieuw aan het toetsen. Maar dan met andere gewassen om te kijken wat het verschil daarmee is ten opzichte van een polyester bloembak. Zo hebben de sensoren binnen het Haagse Groen dus meerdere functies.’’

Kortom, deze aanpak van slim waterbeheer is niet alleen effectief voor het besparen van tijd en water, maar verbetert ook de gezondheid en het uiterlijk van de planten, waardoor de tevredenheid van zowel de gemeenschap als de medewerkers toeneemt.

De juiste aanpak maakt steden gezonder en plezierig om in te leven, wonen en werken.
Leven in harmonie met de natuur betekent meer biodiversiteit, meer zuurstof en minder stikstof en fijnstof. Dit resulteert in minder verdroging en een koelere stad in de zomer. Dat is vervolgens weer goed voor vermindering van het energieverbruik. Helaas komen lange periodes van droogte steeds vaker voor. Ook blijkt dat binnensteden en bedrijventerreinen soms wel bijna 10 graden warmer zijn dan het buitengebied. Dat gaat ten koste van de leefbaarheid.
 Implementeren van klimaatadaptatie in steden is daarom essentieel om deze uitdagingen aan te gaan en een evenwichtige, duurzame stedelijke omgeving te creëren. We zullen dus een balans moeten zoeken!

Auteur: Malon Gerrits

Maatregelen om de balans te vinden en de negatieve gevolgen van klimaatverandering voor het stadsklimaat te beperken

De gevolgen van de klimaatverandering zijn in steden extra voelbaar door het zogeheten -effect (UHI). De temperaturen zijn daar in de nachtelijke uren gemiddeld hoger dan in het buitengebied. Bij helder weer kunnen de verschillen ’s nachts oplopen tot 3 à 5 °C, maar ook verschillen van 8 à 10 °C worden steeds vaker waargenomen.Een significante oorzaak is de sterke opwarming van materialen en oppervlakken in deze stedelijke gebieden. Andere factoren die aan het UHI-effect bijdragen, zijn de warmteproductie door verkeer en bedrijvigheid, verminderde afkoeling doordat vegetatie en open water schaars zijn en de stedelijke geometrie. Deze zorgt namelijk voor een hogere ‘invang’ van zonnestraling, terwijl door de kleinere de thermische uitstraling minder is dan in het open veld. Met oplossingen als meer groen, bijvoorbeeld door groene daken, minder verharding en zelfs een andere materiaalkeuze kunnen wij als groensector die temperaturen aanzienlijk omlaag krijgen als onderdeel van klimaatadaptatie in steden.

Een significante oorzaak is de sterke opwarming van materialen en oppervlakken in deze stedelijke gebieden

Meer groen – groene daken
Daken vormen een aanzienlijk deel van de verharding in een stad en kunnen daarom een belangrijke bijdrage leveren aan klimaatadaptatie in steden. Groene daken beschermen niet alleen tegen erosie, maar brengen ook een extra isolatielaag aan. Zo bespaar je energie en zorg je voor een betere afvoer van regenwater. Daarnaast biedt een groen dak een prachtig groen uitzicht, heeft de beplanting een luchtzuiverende werking en worden biodiversiteit en warmteregulatie bevorderd.

Met een groen dak werk je dus automatisch mee aan een groene toekomst voor mens en klimaat. Daarom maken groene daken deel uit van klimaatbestendig bouwen. Ook voelen mensen zich veel prettiger in een groene omgeving dan in een grijze.

Meer groen – het vitale belang van bomen
Niet alleen groene daken, ook bomen leveren een belangrijke bijdrage aan klimaatadaptatie in steden. Om te beginnen is het belangrijk om stil te staan bij de verschillende functies die een volwassen boom in de stad heeft.

Bomen voorzien ons van zuurstof, slaan CO₂ op, geven schaduw, houden water vast, verdampen water en fungeren daarmee als airco voor de hete stad. Verder bieden ze een leefomgeving en schuilplaats voor vogels en dieren, doen ze dienst als biotoop voor insecten en hebben ze een positieve impact op de omgeving. Bomen verfraaien de stad met hun verschijningsvormen, verminderen en verstrooien geluid, leveren economische waarde aan volwassen lanen enzovoort. Het lijkt wel een eindeloze opsomming. Steeds meer is men het erover eens: als een boom groeit, groeien de baten, en bomen maken ons gelukkig. Daarom hebben we niet alleen bomen in beboste gebieden, op het platteland en in onze achtertuin, maar ook op plaatsen waar steeds meer mensen opeengepakt zitten, zoals in steden.

'Eén boom verkoelt net zoveel als tien airco's'

Bomen zijn natuurlijke probleemoplossers. Door zuurstof en schaduw te bieden, kunnen ze hittestress bestrijden, als we ze een handje helpen bij hun groei. Grote en gezonde bomen fungeren als natuurlijke airconditioning en kunnen zo helpen om steden toekomstbestendig te maken. Een volgroeide boom kan ongeveer 150 kilo CO2 per jaar absorberen.

Starterskit
In straten waar grote bomen staan, is het gemiddeld 4 graden koeler. Dit verschil kan oplopen tot 8 graden als je de stad uit gaat. Dat heeft verschillende oorzaken. Bomen geven schaduw, wat uiteraard voor verkoeling zorgt. Het gevolg daarvan is dat tegels en asfalt geen hitte kunnen absorberen en afgeven. Ook transpireren bomen via de bladeren (evapotranspiratie), waardoor de temperatuur daalt. De wortels van bomen houden vocht vast, wat de bodem koeler maakt.
Bomen zijn dus van vitaal belang, maar dan moeten ze dus wel gezond en volgroeid zijn. Aandacht is belangrijk, zodat de boom geen vocht tekortkomt. Als je dat aan een boom kunt zien, ben je vaak al te laat. Maar als een boom te veel water krijgt, krijgt hij weinig tot geen zuurstof meer bij de wortels. Dit maakt de boom ‘lui’, waardoor de wortels zich niet kunnen ontwikkelen ten opzichte van de kroon, en in het slechtste geval sterft de boom zelfs af.
Het geven van water is maatwerk en moet worden aangepast aan de omstandigheden. Een vaste hoeveelheid en frequentie zijn dan ook niet te geven. Dit maakt monitoren extra belangrijk.

Bomen zijn van vitaal belang, maar dan moeten ze wel gezond en volgroeid zijn

De toekomst bouwen we samen
De verschuiving naar een groenere omgeving is onvermijdelijk, als we toekomstbestendige steden willen bouwen. En hoewel groen dus onmisbaar is voor het welzijn van mensen en onze planeet, is het niet vanzelfsprekend. Groen moet – in onze ogen onterecht – nog te vaak concurreren met grijs. Om ook groen te laten groeien op minder natuurlijke plaatsen, zoals in een stadscentrum, op een viaduct of op een dak, is monitoring noodzakelijk.


Gelukkig groeit het besef dat groen veel goeds voor een stad kan doen en begrijpen stadsplanners hoe belangrijk investeren in duurzame ontwikkeling is. Wij zien steeds meer groenbedrijven die de kracht van bodemvochtmonitoring inzien en aan de slag gaan met sensormanagement van Connected Green.


Sinds 2017 helpen wij groenvoorzieners, hoveniers, kwekers, provincies, gemeenten en waterschappen om slimmer en efficiënter te werken. Dit doen wij door het combineren van kennis over bomen en planten met het Internet of Nature. Inmiddels zijn er al meer dan 1500 draadloze sensoren van ons geplaatst in projecten in heel Nederland en België.

Bron: Boomzorg

Maai mei niet, doe jij mee? Samen zetten we grasvelden en gazons in bloei voor de bijen en vlinders

De bijenstichting wil met de actie ‘Maai mei niet!’ saaie grasmatten omtoveren tot bijenoases vol bloemen. Een paradijs voor insecten. Hoe meer bloemen, hoe meer nectar en dus meer blije bijen en vlinders.

Auteur: Malon Gerrits

Laat de grasmaaier een maandje staan

Dat is de oproep van De Bijenstichting, Flora van Nederland en Stichting Steenbreek. In België en het Verenigd Koninkrijk kennen ze het al langer. Zo is er in Engeland aangetoond dat als je in mei je gazon een maand niet maait, er wel tot tien keer meer bijen aangetrokken worden. Ze eten uiteraard geen gras, maar hebben wel de bloemen en planten nodig. Want nu er steeds minder insecten zoals vlinders en bijen in de natuur te vinden zijn is het aan ons om ze een handje te helpen. Deze hulp is vooral in mei hard nodig.

Waarom niet maaien in mei?

Honingbijen zitten in de wintermaanden met duizenden als een bol opeengepakt in de kast. In de lente beginnen de meeste bijen hun volwassen leven. Als de voedselstroom flink op gang komt legt de koningin steeds meer eitjes en breidt het broednest sterk uit. Maar dan moet de voedselstroom wel eerst opgang komen… Daarom is het goed als juist nu de paardenbloem nog even blijft staan.

Wist je dat de koningin tot wel 2000 eitjes per dag kan leggen? Dat is meer dan haar eigen lichaamsgewicht.

In de zomermaanden staat alles in bloei en zijn er veel plekken waar insecten hun eten kunnen vinden. Maar in mei, wanneer de bijen uit hun ‘winterslaap’ komen is er nog weinig verkrijgbaar. Daarom moeten wij de insecten een handje helpen. In je gazon zitten meer planten dan alleen gras. Die komen enkel tot bloei zodra je jouw gazon (of een gedeelte ervan) tot bloei laat komen.

Dus doe mee, laat je grasmaaier staan en creëer een gedekte tafel voor deze vrolijke zoemers!

Bloeiende paardenbloemen zijn namelijk een feest voor bijen en andere insecten. En wanneer de paardenbloemen bloeien komen ook de Esdoorns in bloei. In één boom bloeien honderdduizenden kleine bloempjes. Daarom zijn bloeiende bomen even zo belangrijk voor insecten.

Het voorjaar is altijd een spannende periode. Met name de wisselvallige atmosfeer (warmte, kou, regen), oefenen veel invloed uit op het wel of niet in bloei komen van de eerste belangrijke bloemen voor de insecten. Of het heel nat is of juist heel droog, heeft soms grote gevolgen voor de nectarafgifte door de bloemen. Daarom is het erg belangrijk om bodemvocht goed te monitoren.

Groen op afstand monitoren

Met een bodemvochtsensor kun via ons platform je op afstand inzicht krijgen in de watervoorziening van je boom, bak, plantvak, gazon en dak- en geveltuin. Het meten van het bodemvocht geeft een indicatie van wanneer je bomen en planten weer bewaterd moeten worden. Op deze manier leven je bomen en planten in de optimale situatie en kunnen ze volop groeien en bloeien en dus nectar produceren. Daarnaast verlengt het de levensduur van je favoriete groene vriendjes.

Connectedgreen gaat duurzame samenwerking aan met Curious Inc.

Curious Inc. is een bedrijf dat zich toespitst op de markt van mobiliteit en logistiek met data- en telematicaoplossingen. Zo ontwikkelen zij software ter ondersteuning van een duurzamer en efficiënter wagenparkbeheer (fleetmanagement). Op 8 december 2022 zijn zij een samenwerking aangegaan met ConnectedGreen, een specialist in sensortechnologie. Het streven van de samenwerking is om datagedreven werkprocessen, zoals het onderhoud van het gemeentelijk groen en grijs, tot ultieme transparantie en efficiëntie te perfectioneren door de integratie van fleetmanagement en sensortechnologie.

Auteur: Jeroen Poldermans

Meer dan een samenwerking

‘Je wil niet dat groen en grijs beide hun eigen sensoren, applicaties en workflowondersteuning gaan krijgen. Wat wij graag willen, is dat er één geïntegreerde omgeving komt voor rijrouteoptimalisatie en dat het groen- en grijsbeheer daar een onderdeel van gaat vormen.’ Die ‘wij’ zijn René Voogt (oprichter/eigenaar van ConnectedGreen) en Hans Schaap (oprichter/eigenaar van Curious Inc.). Datagedreven werken heeft de toekomst, dus voor gemeenten en groenbedrijven komt deze match wellicht als de turnkey oplossing waar ze naar zochten. Wat houdt deze duurzame samenwerking precies in?

‘Het groenonderhoud is voor een gemeente geen geïsoleerd werkproces.’

De integratie van fleetmanagement en sensortechnologie

De overeenkomst is meer dan zomaar een samenwerking. Het betekent de volledige integratie fleetmanagement en sensortechnologie ter optimalisatie van datagedreven workflowondersteuning. Aan de ene kant wordt de assetmanagementsoftware van Curious Inc. versterkt met de data en de daaraan gekoppelde domeinkennis en klantkennis van ConnectedGreen. Voor de gebruikers van het ConnectedGreen-platform vindt aan de andere kant een koppeling plaats met efficiënte asset- en fleetmanagementapplicaties. Een ideale match dus, omdat de organisaties die met het ConnectedGreen-platform werken, over het algemeen een wagenpark beheren en Curious Inc. applicaties ontwikkelt voor efficiënter gebruik van voertuigen en optimalisatie van rijritten. The best of both worlds.

Het groenonderhoud is voor een gemeente geen geïsoleerd werkproces, maar wordt doorgaans gecombineerd met andere taken, bijvoorbeeld het legen van prullenbakken. Curious Inc. heeft al een applicatie geschreven voor het grijsonderhoud, waarmee in enkele steden wordt gewerkt. De integratie met de sensortechnologie die het groenonderhoud aanstuurt, is een logische en wellicht cruciale uitbreiding van beide portfolio’s. De samenwerking is niet alleen duurzaam, maar dient ook een gemeenschappelijk duurzaam doel, want de versterkte knowhow levert een enorme besparing aan brandstof op.

Gemeente Enschede als pilot

Curious Inc. vormt een kapstok van drie businessinitiatieven met bijbehorende applicaties. Een daarvan is Grybb, waarmee de planning van het grijsbeheer voor de gemeente Enschede tot in de puntjes wordt verzorgd. ‘Beheren jullie naast de grijze assets toevallig ook de bomen?’ Met deze vraag van de gemeente Enschede in het achterhoofd ging Schaap op zoek naar een bedrijf dat zich met de groene materie bezighield. ‘Zo ben ik in contact gekomen met René Voogt en is de eerste samenwerking als pilotproject in Enschede van start gegaan,’ aldus Schaap. Enschede had al sensoren van ConnectedGreen aangeschaft en Schaap en zijn team hebben daarvan de implementatie en koppeling met de assetmanagementsoftware tot stand gebracht. ‘Deze pilot was een groot succes, want de eerste uitbreidingen zitten eraan te komen. Toen zijn we gaan nadenken over een follow-up die nu officieel contractueel is bezegeld,’ vult Voogt aan.

‘Ook in natte condities leveren de vochtsensoren geld op.’

Deze rij bomen is hoogzomer in de Hemsterhuisbuurt in Amsterdam aangeplant en is het ondanks de hitte en dankzij de sensoren goed gaan doen.

Het belang van sensortechnologie

De vochtsensoren meten het vochtgehalte op wortelniveau en geven daarmee uitsluitsel of jonge bomen en/of beplanting water nodig hebben. Deze informatie wordt verzameld in het ConnectedGreen-platform en vormt daarmee de basis voor onder andere een efficiëntere rijroute en dus een besparing op brandstof, water, personeel en materieel. Maar ook transparantie in de werkprocessen. Facturen worden inzichtelijker dankzij de data-input. Bovendien is er minder inboet van het groenbestand en minder verantwoording van gemeentelijk belastinggeld naar de burgers.

We hebben in 2021 een natte zomer gehad. Waren de vochtsensoren dan nog nuttig?
‘Dat is een logische vraag en het antwoord daarop is: ja! Ook in natte condities leveren de vochtsensoren geld op. Ons gevoel zegt dat het niet hoeft en de sensor beaamt dat het niet hoeft en dus besparen ze. Juist dit jaar, met al die regenval, is er veel geld bespaard door de eenduidige informatie. 

Voor een gemeente is het belangrijk dat alle onduidelijkheden over het nut van beregening worden weggehaald. Er is een personeelstekort, dus je wilt niet dat mensen gaan kijken of een boom überhaupt wel water nodig heeft, of water geven terwijl dat niet nodig is,’ legt Voogt uit. Schaap voegt daaraan toe: ‘Een relatie vertelde dat hij met de sensoren in staat is de inboet van bomen te reduceren. Inboet kost veel geld vanwege het niet aanslaan van die boom, maar ook vanwege de kostenpost die de historie van zo’n boom vertegenwoordigt. Die kosten zijn behoorlijk toegenomen de afgelopen jaren vanwege het toegenomen volume, de arbeidskosten en de logistiek rondom het bomenbeheer.’

Curious Inc.: van studentenstart-up naar nichemarktleider

Hans Schaap heeft zich tijdens zijn technische studie beziggehouden met sensortechnologie om van alles en nog wat te meten. Van luchttemperatuur tot luchtvochtigheid. In die periode ontstond zijn interesse voor het concept IoT (Internet of Things). Het IoT bestaat uit fysieke voorwerpen, zoals auto’s, huishoudelijke apparaten en wearables die met internet zijn verbonden en online gegevens kunnen verzenden. Na zijn studie richtte hij zijn start-upbedrijf GreenStar Logistics op waarmee hij IoT ging toepassen in de markt van de mobiliteit en logistiek. Zo ontstond het idee om voor de mobiliteitsmarkt datagedreven workflowoplossingen te ontwikkelen. 

Een van deze duurzame mobiliteitsconcepten was de Rijgedragcoach. De eerste applicatie die GreenStar Logistics maakte, kreeg de naam Dation en richtte zich op rijscholen. Daarmee zijn ze in die niche de marktleider in Nederland en België geworden. Hun tweede succesvolle applicatie is YesHugo, waarmee duizenden auto’s worden ondersteund op basis van ritregistratie, track-and-trace en voertuigenbewegingen. De derde applicatie is de eerdergenoemde assetmanagementapplicatie Grybb. Uiteindelijk groeide GreenStar Logistics uit tot Curious Inc.

‘Van begin af aan was duurzaamheid het kernidee achter al onze applicaties.’

Duurzaamheid als kernidee

‘Van begin af aan was duurzaamheid het kernidee achter al onze applicaties,’ vervolgt Schaap. ‘De Rijgedragcoach is een module, juist bedoeld om brandstof te besparen. Een ander voorbeeld is de mobiliteitsbattle die we samen met de provincie Overijssel onder de vlag YesHugo hebben georganiseerd. 

Bedrijven en instellingen uit Overijssel kregen een jaar lang rijgedragcoaching en gingen vervolgens een competitie aan met elkaar. Deelnemers moesten zo veel mogelijk brandstof besparen en de spits vermijden. Ze konden punten verdienen door minder hard op te trekken en te remmen, buiten de spits te reizen of de auto helemaal te laten staan. Ik kan meer voorbeelden noemen, maar waar het om gaat is dat onze duurzaamheidsfilosofie en kennis van telematica en mobiliteit naadloos past bij de visie en corebusiness van onze partner ConnectedGreen. Ik denk dat wij samen op dit moment de enigen zijn die het hele spectrum kunnen bieden aan datagedreven workflowoplossingen voor grijs- en groenbeheer.’

In Den Haag zijn sommige routes van groenbedrijven 25% ingekort dankzij de data van de sensoren.

Het succesverhaal van de slimme sensoren

ConnectedGreen is in 2017 opgericht door René Voogt en heeft als missie: met slimme technologie de wereld groener maken. In 2018 stond hij voor het eerst op de Vakbeurs Openbare Ruimte met zijn vochtsensoren. Sinds die tijd heeft zowel het werken met sensoren als het daaraan gelieerde datagedreven werken een vlucht genomen. 

Het ConnectedGreen-platform bestaat uit slimme vochtsensoren, een cloudomgeving en een app voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. Sensoren meten het vochtgehalte van de bodem. De informatie van de sensoren komt terecht in een digitaal platform dat onder andere voorzien is van een logboek en een dashboard met de symboliek van het stoplichtsysteem. 

De onderscheidende kracht van ConnectedGreen zit hem in de opgeslagen gegevens over de 2400 meest voorkomende planten en bomen in het stedelijk groen, en in de informatie over de diverse geijkte grondsoorten. Grondsoorten die niet in de database voorkomen, worden in een laboratorium nader onderzocht en alsnog toegevoegd. 

Een van de opdrachtgevers die werken met dit systeem, is de gemeente Den Haag. Daar leverde het werken met sensoren na vier maanden een besparing op van ongeveer 1,2 miljoen liter water en de nodige brandstof en manuren.

Gemeenschappelijk expertisegebied

Datagedreven werken is enorm in opmars omdat opdrachtgevers zo veel mogelijk transparantie in en efficiëntie van hun workflow willen hebben. ‘Ik denk dat de integratie van onze systemen belangrijk is omdat we datagedreven werken niet alleen op het groenbeheer willen toepassen,’ vertelt Voogt. ‘Naast een boom staat misschien wel een prullenbak. Curious Inc. heeft een propositie voor gemeentelijke diensten als “prullenbakken legen”. Zij werken net als wij met sensoren die datagedreven werkprocessen aansturen en voor hen is onze domeinkennis van het stedelijk groen essentieel. 

We houden ons allebei bezig met smartcity-toepassingen en ons expertisegebied kent een grote overlap. Er werken nu meer dan honderdtwintig organisaties met het ConnectedGreen-platform en de integratie fleetmanagement en sensortechnologie is een logische vervolgstap om datagedreven werken breder aan te kunnen bieden.’

‘De integratie fleetmanagement en sensortechnologie is een logische vervolgstap om datagedreven werken breder aan te kunnen bieden.’

Toekomstplannen

De handtekeningen zijn gezet en daarmee neemt Curious Inc. het merk, de software en het personeel van ConnectedGreen over, maar blijft ConnectedGreen als merk bestaan. René Voogt blijft betrokken totdat Curious Inc. alles goed op de rails heeft staan. Voor de relaties van zowel ConnectedGreen als Curious Inc. verandert er niets, behalve dat ze meer mogelijkheden krijgen.


‘Met de uitbreiding van ons portfolio willen we gemeenten die het goede voorbeeld willen geven op het gebied van duurzame oplossingen, nog beter kunnen faciliteren. Ik wil daarom de lezers van Stad + Groen uitnodigen om met ons hierover van gedachten te wisselen en met ons te sparren,’ besluit Schaap.

Bron: Stad + Groen

Connected Green: sensormanagement is een vak apart

De inzet van sensoren voor het meten van bodemvochtigheid is inmiddels een groot succes. Nu is het zaak om de data beter te kunnen interpreteren, zodat er nog meer ‘winst’ wordt geboekt. Connected Green heeft hiervoor zijn platform helemaal state-of-the-art ingericht en leidt momenteel speciale sensormanagers op, die de boomverzorging efficiënter maken. Verschillende groenvoorzieners werken al met een sensormanager. René Voogt (Connected Green), Jan Willem de Groot (Pius Floris Boomverzorging) en Elsemiek van de Kamp (Ter Riele) duiken in de tips en tricks van sensormanagement in de groenvoorziening.

Auteur: Emiel te Walvaart

Connected Green is een platform voor de monitoring van groenvoorzieningen, waarbij sensoren worden ingezet die verbonden zijn met het Internet of Things. Dat de sensoren goed werken staat onderhand buiten kijf. Maar door de gegevens uit die sensor beter op waarde te schatten valt er nog meer uit het systeem te halen. René Voogt (Connected Green): ‘We stellen de sensoren in mensentaal in en geven op een laagdrempelige wijze de status van de sensor weer. Met andere woorden: we voegen domeinkennis toe aan de sensoren. Dat is de toegevoegde waarde. We zorgen ervoor dat de juiste informatie, op het juiste moment, bij de juiste persoon terecht komt. Dit doen we voor veel groenvoorzieners en gemeentes. Inmiddels hebben we in de Benelux meer dan 2000 sensoren in gebruik en zijn er 120 organisaties die gebruikmaken van ons platform.’

Sensormanagement, een apart vakgebied

Er zijn momenteel organisaties en gemeentes die tientallen tot honderden sensoren in gebruiken. Het Connected Green-systeem is flexibel ingericht en de sensoren kunnen tussen verschillende projecten worden verplaatst. In dat geval wordt het steeds belangrijker om de sensoren goed te beheren. ‘Welke sensoren hebben we? Waar staan ze precies? Het management van deze sensoren wordt in feite een apart vakgebied. 

De eerste jaren zijn we vooral bezig geweest met het overtuigen van mensen, hoe het systeem exact werkt en wat de voordelen ervan zijn. Maar nu moeten we gebruikers informeren over de mogelijkheden om de sensoren te verplaatsen van het ene naar het andere project. Om dit in goede banen te leiden moet je aan sensormanagement gaan doen. Een vak apart eigenlijk en hierbij helpen we steeds meer klanten. Daarvoor hebben we de opleiding sensormanagement ontwikkeld Die hebben we voor het eerst bij Pius Floris hebben gegeven, want dit bedrijf heeft in totaal zo’n tweehonderd Connected Green-sensoren.’

Afhankelijk van de nazorgduur die bij projecten is afgesproken, kan de gebruiker sensoren na een bepaalde periode op een andere plek neerzetten. Het hele systeem is hierop ingericht. ‘Begin 2020 kondigden we nieuwe stappen voor ons systeem aan, zoals koppelen, beheren en kalibreren. Deze ontwikkelingen zijn inmiddels allemaal geïntegreerd in ons pakket, zo is er een koppel- en gebruikersbeheermodule. Je merkt dat klanten er nu ook aan toe zijn om zich te verdiepen in het sensor- en gebruikersbeheer. Omdat er steeds meer sensoren en belanghebbenden komen, willen gebruikers graag informatie delen en weten waar welke sensor staat.’

Dit is nog maar het begin

Volgens Voogt staan we nog maar aan het begin. ‘Connected Green groeit hard. De meeste partijen beginnen met een beperkt aantal sensoren om het concept te testen. Dit jaar zetten de grotere klanten sensoren grootschalig in. De vraag naar groen in de openbare ruimte neemt toe. Er is behoefte aan recreatie dichter bij huis als gevolg van de lockdowns. Ook willen mensen dat hun kinderen opgroeien in schonere lucht, en daarnaast zijn natuur inclusief bouwen en stadslandbouw in opkomst. Dit betekent dat er rondom bouwwerken groen wordt aangelegd, maar dat is niet zo natuurlijk als in een bos. Bomen op het dak of balkon, of een groene wand, dat moet je goed monitoren. Als je dat achterwege laat, gaat de boom eraan.’

Voogt wil met Connected Green ook bijdragen aan kennisdeling voor de groensector. Het bedrijf is lid van NL Greenlabel en is het op zoek naar andere partners. ‘Ons platform is sensoronafhankelijk, dus we kunnen elke sensor koppelen. Hoe meer sensordata, hoe beter. Sensorleveranciers moeten platformonafhankelijk zijn en platformleveranciers moeten sensoronafhankelijk zijn.’

Voogt zit niet stil en kijkt graag naar de toekomst. ‘Ik verwacht dat elk bedrijf in onze sector met een sensor- of datamanager gaat werken. Ook denk ik dat prognoses in de toekomst belangrijker worden. Als je de acties kunt afstemmen op wat de sensoren melden, wordt het voorspellende vermogen steeds groter. We hebben bijvoorbeeld naast een rapportagemodule ook een analyse- en voorspellingsmodule in de pijplijn zitten. Die wordt binnenkort onmisbaar en is heel interessant, want deze geeft aan hoeveel liter water je een boom moet geven. Dit wordt gebaseerd op gegevens uit het verleden, in combinatie met de verwachtingen.”

Betere afstemming

Een van de bedrijven die gebruikmaakt van het Connected Green-platform is Pius Floris Boomverzorging uit Veenendaal, al sinds ruim drie jaar. Inmiddels staan er een kleine tweehonderd bodemvochtsensoren op verschillende locaties in Nederland en België. Het boomverzorgingsbedrijf streeft ernaar om zoveel mogelijk uit het platform te halen, zodat de klant nog beter bediend kan worden. Daarom zijn er onlangs vier medewerkers opgeleid tot sensormanager. René Voogt van Connected Green bracht de deelnemers de fijne kneepjes van het werken met bodemvochtsensoren bij, zodat zij in staat zijn om de projecten beter te managen en de data van de vochtsensoren te analyseren. 

‘De aanplant van bomen is bij ons heel belangrijk’, aldus Jan Willem de Groot, franchisemanager bij Pius Floris. ‘Als je geen goede nazorg biedt, is je hele investering eigenlijk tenietgedaan. Vaak gaat het fout met de watergift. Soms te veel, soms te weinig. Met behulp van het platform van Connected Green kan je dit proces beter beheersen. Voordat we hiermee aan de slag gingen, was er eigenlijk maar één mogelijkheid om een boom te monitoren: een fysiek bezoek afleggen. Dan hadden we bijvoorbeeld een schema waarbij we één keer in de week water gaven. Door de sensoren kunnen we het water geven beter afstemmen op de daadwerkelijke situatie en behoefte’, meent De Groot. 

Hij hecht veel belang aan de interpretatie van de sensorgegevens. ‘We willen natuurlijk allemaal graag een apparaat dat ons precies vertelt wat we moeten doen. Toch moet je altijd nog je gezond verstand gebruiken, ook al maak je gebruik van sensoren. Je kunt wel een sensor in de grond plaatsen, maar je moet nog steeds weten hoe de bodemvochthuishouding in zijn werk gaat. Dit kan wel eens een valkuil zijn voor mensen.’

Korte lijnen

Momenteel heeft Pius Floris bij zo’n 45 projecten sensoren geplaatst, gemiddeld drie sensoren per project in Nederland en België. Regelmatig worden die sensoren naar andere projecten verplaatst. De sensormanagers leiden dit proces in goede banen. Zij beheren het systeem aan de achterkant met de juiste instellingen en parameters. Hierdoor neemt het gebruiksgemak binnen een grote organisatie toe volgens De Groot. ‘Je kunt niet van elke medewerker verwachten dat hij meteen met de sensoren om kan gaan. Daarom hebben we deze specialisten opgeleid.’

Eerst lag de verantwoordelijkheid van het sensormanagement bij De Groot zelf, maar omdat er zo veel sensoren in omloop zijn, heeft Pius Floris besloten om een aantal medewerkers hiervoor in te zetten. Zo blijven de lijnen bij de verschillende bedrijven die onder Pius Floris ressorteren kort. De sensormanagers kunnen met de meeste zaken omgaan, alleen voor complexe zaken zouden ze kunnen aankloppen bij De Groot of Voogt van Connected Green. De kennis komt zodoende meer bij de lokale projecten terecht.

De Groot ziet dan ook verschillende voordelen van Connected Green. ‘Zo kun je naar de opdrachtgever met meetwaardes aantonen dat je water hebt gegeven. Bovendien voorkom je dat je te vroeg of te laat water geeft en kun je de watergift veel beter plannen. Daarnaast kun je ook de trend van het vochtgehalte in de bodem eenvoudiger monitoren, waardoor je op water kunt besparen. Als je een keer in het seizoen geen water hoeft te geven, scheelt dat veel. 

Ook kun je de boom op een belangrijk moment water geven, zodat hij toch aanslaat. Toch is mijn ervaring dat je niet blind moet varen op de sensoren, want de kwaliteit van de boom is essentieel. Je moet de boom ook fysiek blijven beoordelen. Al met al is Connected Green een zeer effectieve toevoeging aan de nazorg van bomen.’

Een belangrijk aandachtspunt is de kennis van de bodemvochthuishouding. De Groot: ‘Investeer daarin om te kunnen begrijpen wat je met de data van de sensor kunt doen. Als je dat niet doet, ga je de mist in. Het is echt een kennisinstrument. We hebben tot nu toe veel geleerd van het proces . Iedereen die overweegt om aan de slag te gaan met Connected Green, zou dat in de oren moeten knopen. Je wilt voorkomen dat iemand beweert dat de sensor niet werkt. Dat is niet eerlijk. Als je zonder inhoudelijke kennis met het product aan de gang gaat, kan het tot frustraties en onbegrip leiden. Dat is de valkuil.’

Op afstand monitoren

Een andere partner van Connected Green is hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijf Ter Riele B.V. Vorig jaar april zijn de eerste sensoren geplaatst. ‘Een van de redenen was dat 2018 en 2019 heel droge jaren waren en we de watergift beter wilden beheren. Het een behoorlijke afstand als je met de trekker van Klarenbeek naar Winterswijk moet rijden. Je was in die droge periodes veel water aan het geven, maar je kon eigenlijk nooit controleren of het de juiste hoeveelheid op het juiste moment was. Het speelt ook mee dat we op allerlei soorten bodems actief zijn, zoals droge zandgrond of natte klei. Door op afstand te monitoren, kun je gerichter werken en efficiënter met water omgaan’, legt Elsemiek van de Kamp, calculator/werkvoorbereider bij Ter Riele, uit.

Op een groenproject langs de A1, van Deventer tot Azelo, heeft Ter Riele zo’n vijftig sensoren geplaatst om de watergift te stroomlijnen. Ook bij een aanlegproject in Amersfoort is gebruikgemaakt van het platform van Connected Green. Daar is bijvoorbeeld een sensor geplaatst bij een aangeplante grote beuk van 40/45 cm. ‘Het is de laatste jaren gebleken dat de beuk snel uitdroogt en daar staat de boom op de droge zandgrond. Ook hebben we Lumido in de bodem verwerkt tijdens de aanplant, zodat het vocht goed wordt vastgehouden en om de kans op inboet te verkleinen. Door tijdige watergift en de juiste aanplant zorgen we ervoor dat deze beuk aanslaat. We kunnen de watergift met de sensor nu goed monitoren.’

Elsemiek stak veel op van de ins en outs van Connected Green toen René Voogt in het voorjaar assisteerde bij de inregeling van vijftig sensoren bij het A1-project van Ter Riele. ‘Verschillende vragen passeerden de revue. Wat is de juiste plek voor de sensor? Bij welk type boom kun je dat doen? Hoeveel sensoren zet je bij welke aantallen bomen neer? Zijn er verschillende grondslagen? Wat is er aan bodemverbetering gedaan? En zo moet je de minst of meest ideale situatie pakken, afhankelijk van je wensen. Ook moet je de gps-coördinaten goed meegeven als je een sensor hebt geplaatst, zodat je hem terug kan vinden. Dat moet je ook niet vergeten als je de sensor verplaatst naar een ander project.’

Verder is Connected Green handig om de opdrachtgever inzage te geven in een project. ‘Je hebt bijvoorbeeld te maken met de bestekverplichting voor het inboeten van bomen. Mocht een boom niet aanslaan, dan kun je altijd nog via de sensor aantonen dat je hem voldoende water hebt gegeven. Als het bijvoorbeeld heeft geregend, kun je de watergift uitstellen. Op die manier kun je je verantwoorden naar de opdrachtgever.’

Kennis vochthuishouding

Van de Kamp somt graag enkele voordelen van Connected Green op. ‘Omdat je beter weet hoe de bodemconditie is, kun je nu veel efficiënter water gaan geven. Ook kun je de meetgegevens aan de opdrachtgever meegeven.’ Maar het systeem functioneert niet optimaal zonder een goed beheer. ‘De voorbereiding van een project met sensoren is heel belangrijk. Je moet goed weten waar je een sensor plaatst. Ook moet je op de hoogte zijn van de soorten die in een beplantingsplan voorkomen en hun waterbehoefte. Verder moet je een brede kennis van bomen en hun vochthuishouding hebben.’

Ze adviseert nieuwe gebruikers om wel de tijd te nemen voor de inregeling van Connected Green en de sensoren, want het systeem is zeer rendabel. ‘Als je in plaats van tien keer zeven keer per jaar water moet geven, dan heb je de sensor terugverdiend.’ Van de Kamp werkt samen met de uitvoerders van projecten om Connected Green zo goed mogelijk in te zetten. Ook maakt ze gebruik van de Jewel route-app in combinatie met de sensoren om voor de watergift zo efficiënt mogelijk te rijden.

Inboeten bomen case Ter Riele B.V.

Ter Riele zal in de toekomst alleen nog maar meer gebruikmaken van Connected Green. ‘Dat wil niet zeggen dat we het op een project van vijf planten inzetten. We gebruiken het wel als we binnenkort een project met zeventig bomen mogen beheren. Dan zetten we er vier of vijf sensoren neer. Het is projectafhankelijk of we het wel of niet doen.’ 

Al met al is Connected Green een uitstekend systeem, maar volgens Van de Kamp is het essentieel dat het sensormanagement in de groenvoorziening goed op orde is. ‘Want als je met onvolledige data gaat werken, kun je het programma beter niet inzetten.’

Waarom is sensormanagement belangrijk?

 

Als het gaat om het meten van bodemvocht zijn er veel verschillende parameters. Het begint al bij het plaatsen van de sensoren op de juiste plek, diepte en de grondsoort. Ook moet er worden gekeken naar de connectie met het LoRa-netwerk van KPN, de juiste instelling van de app, de sensorindeling in projecten en de locatie op de kaart. Verder dien je de juiste gebruikers te koppelen voor het ontvangen van informatie en moet je de juiste rechten toekennen. En niet te vergeten zal je de app moeten koppelen om de gegevens in andere systemen te gebruiken. 

Het totaalplaatje is sensormanagement. ‘De gebruiker moet zelf Connected Green kunnen beheren en zo min mogelijk een beroep op ons doen’, zegt Voogt. ‘Bedrijven verzamelen meer en meer data en moeten die verwerken en beschikbaar maken. Daarom ontstaan er binnen onze sector ook steeds meer datamanagers. Om die reden hebben we de opleiding sensormanagement gelanceerd. Die kun je in een dagdeel doen.’

 

Deze voordelen maken sensormanagement tot een onmisbare tool voor moderne groenbeheerders, die streven naar optimalisatie van onderhoudsprocessen en het bevorderen van duurzaamheid binnen hun werkzaamheden.

Bron: Stad + Groen

Sensoren meten het effect van vergroening en waterbeheersing

Een deel van het stadscentrum dreigde door het wegtrekken van ondernemers dood te bloeden. De gemeente en binnenstadsondernemers besloten dat er iets moest gebeuren en ontwikkelden de Klimaatstraat.

Auteur: Jeroen Poldermans

In het centrum van Apeldoorn vinden we de Marktstraat en de daaraan grenzende Beekstraat. Veel winkels en horeca vertrokken uit dit ooit bruisende stadshart, waardoor het stilaan in een doodgebloed en vergeten stadsdeel veranderde. Drie jaar geleden besloten gemeente en binnenstadsondernemers dat er iets moest gebeuren om dit deel van het centrum te redden. Geïnspireerd door de mogelijkheden op het gebied van klimaatadaptatie en bewapend met visie en daadkracht ontstond een plan: de Klimaatstraat.

Groene gevel

Een prominente feature van de Klimaatstraat is de groene gevel van boekhandel Nawijn & Polak op de hoek van de Marktstraat en de Beekstraat. Aan de gevel van dit pand prijkt sinds november 2019 een groene gevelwand. Een geavanceerd systeem zorgt ervoor dat de planten groeien zonder wortelbodem, terwijl water en bemesting automatisch worden afgegeven. Speciale apparatuur meet de luchtvochtigheid en het fijnstof. Eigenaar Joost Polak heeft voor dit systeem een vijfjarig contract met de gemeente afgesloten. ‘De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud; wij leveren de stroom en het water. Onder de groene wand zijn geveltuintjes aangelegd waarin het overtollige water van de gevel terechtkomt. Het zal nog wel zo’n twee jaar duren voor de beplanting in volle groei en bloei is, maar we krijgen nu al veel positieve feedback op de vergroening’, merkt Polak verheugd op. Uiteindelijk moeten klimplanten en geveltuinen de Klimaatstraat omtoveren in een groene oase.

Van idee naar concept

Hoe brengen we dit stadsdeel weer tot leven? Deze vraag kwam terecht bij beleidsmedewerkers klimaatadaptatie en natuur van de gemeente Apeldoorn. Eén van deze beleidsmedewerkers is Bernie ter Steege. Hij vertelt hierover: ‘Toen drie jaar geleden het idee ontstond om deze straten weer leefbaar te maken, kwam het thema klimaatadaptatie al snel ter tafel. Klimaatadaptatie is een vraagstuk dat je als gemeente niet alleen kunt oplossen. Het vraagt om bewustwording, die in het DNA van elke gemeente terecht moet komen. We wilden een omgeving creëren die uitnodigt om elkaar te ontmoeten en rond te dwalen, waar kinderen kunnen spelen in een groene ambiance die opgewassen is tegen de klimaatproblemen van de toekomst. Dat was de geboorte van het project Klimaatstraat. Met dit idee zijn we met vastgoedeigenaren en belanghebbenden om de tafel gaan zitten. In dat voortraject hebben collega’s samen met de aanwonenden en eigenaren hard gewerkt aan de plannen. Nu ben ik projectleider van het onderdeel monitoring effectiviteit klimaatmaatregelen.’

‘Klimaatadaptatie vraagt om bewustwording, die in het DNA van elke gemeente terecht moet komen.’

De marktstroom brengt verkoeling. De Marktstraat brengt verkoeling.

Fondsen werven

De gesprekken met betrokkenen verliepen soepel toen er fondsen in beeld kwamen. Het gevelfonds van de gemeente Apeldoorn beloofde een bijdrage en ook een restauratiefonds van de provincie Gelderland, genaamd Steengoed Benutten, werd bij het project betrokken. Hierdoor werd een aantal historische gevels in hun oude glorie hersteld. Het afkoppelen van het regenwater kon van de rioolbelasting worden betaald. Zo ontstonden de contouren van het project. De laatste financiële puzzelstukjes werden gelegd dankzij een toezegging van het waterschap Vallei en Veluwe en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

Biodiversiteit

Eén van de pijlers van het project is het vergroten van de biodiversiteit. In dat kader is in de Marktstraat eind 2018 de Markthof aangelegd. Naast de sociale functie heeft dit park als doel voor verkoeling en een betere luchtkwaliteit te zorgen. Insecten en vogels vinden er voedsel en nestmateriaal. Hierdoor draagt dit park bij aan een grotere biodiversiteit. ‘Bij renovaties van oude panden wordt goed gekeken naar de aanwezige fauna. Mussen en vleermuizen worden in kaart gebracht. Wij proberen voor deze dieren hun habitat te herstellen door voedsel en veiligheid te creëren. Dat doen we door zorgvuldig bloemen en planten te selecteren waar insecten op afkomen. Tegelijkertijd heeft de Markthof een verbindende en esthetische functie’, aldus Ter Steege.

De spuwertjes staan aan. De spuwertjes staan aan.

Stromend water

In de Markstraat stroomt sinds april water. Dit is voor een deel afkomstig van het overtollige grondwater uit de nabijgelegen ondergrondse parkeergarage. Het water wordt gereinigd, stroomt weer terug naar het begin en wordt 24 uur per dag ververst. De Marktstroom voert het grondwater én regenwater af naar een ondergronds reservoir, een cisterne. Als het lange tijd droog is, krijgen bomen en planten in de binnenstad water uit deze opslag. Er kan 200.000 liter water in de cisterne. Als deze overloopt, stroomt het overtollige water via een infiltratieriool naar een wadi in de in 2020 aangelegde Grifthof. De overloop van die wadi komt in de Grift, de beek die door het centrum van Apeldoorn stroomt. Uiteindelijk brengt de Grift het water helemaal naar de Veluwe, om daar in de bodem te infiltreren. Zo is de grondwatercirkel weer rond.

Aanleg van de Grifthof.

Klimaatstraat als pilotproject

De Klimaatstraat fungeert als pilotproject voor de gemeente Apeldoorn en voor de provincie Gelderland. Ook in Doetinchem, Arnhem, Nijmegen en Elburg zijn klimaatadaptatieplannen in uitvoering of worden deze voorbereid. Ter Steege: ‘Alle gemeentes hebben een eigen monitoring. Samen leren ze van de effectiviteit van onze maatregelen. Dit was ook een voorwaarde voor de rijkssubsidie: deel de kennis over deze pilotprojecten met de rest van Nederland. We gaan niet de hele stad monitoren, maar we willen wel kijken of we de vergroening ook verder in de stad kunnen inpassen. Het monitoren van de effecten laat ons zien wat er verandert en of dit positief werkt op de beleving van de stad.’ Het burgerinitiatief Apeldoorn in Data verzamelt data via sensoren om de leefomgeving in Apeldoorn in kaart te brengen. Zo kan de hittestress in de stad online worden bekeken via www.apeldoornindata.nl/map. ‘We wilden breder meten dan alleen de luchtkwaliteit (temperatuur, fijnstof en luchtvochtigheid) en hebben toen bodemvochtsensoren aan het monitoringprogramma toegevoegd. Aangezien we op andere plekken in de stad al sensoren hadden voor de groenvoorziening, namen we contact op met René Voogt van Connected Green.’

Meten is weten

De Klimaatstraat is een complex systeem dat hittestress en wateroverlast en -tekort moet bestrijden. Monitoring via sensoren speelt een essentiële rol om de effectiviteit van de complexiteit te meten. Daarnaast controleren de vochtsensoren of het groen genoeg water heeft en of alles groeit en bloeit zoals bedoeld. René Voogt, winnaar van de Gouden Gieter 2019 en eigenaar van Connected Green, licht de werking van zijn sensoren in de Klimaatstraat toe: ‘In de Klimaatstraat hebben we een combinatie van bodemsensoren en klimaatsensoren ingezet. We hebben een nieuw soort sensor, die het bodemvocht op drie dieptes meet, de luchttemperatuur, de bodemtemperatuur en de luchtvochtigheid. Zo haal je nog meer klimaatgegevens naar boven. De data komen in het Connected Green-platform terecht, waar ze gevisualiseerd en verrijkt worden met gegevens over bodemsoorten, planten en bomen.’ Het Connected Green-platform is een applicatie waarop data inzichtelijk worden gemaakt via een dashboard. Het dashboard werkt als een soort stoplicht; bij groen is de situatie ideaal, geel vraagt om aandacht en rood betekent dat er ingegrepen moet worden. Maar hoe?

‘De Klimaatstraat is een complex systeem dat hittestress en wateroverlast en -tekort moet bestrijden’

De cisterne met glazen kijkvenster.

Een geveltuintje.

Testlab

Als het code rood is voor hittestress, wordt de Klimaatstraat maximaal gekoeld door de vele spuwertjes (fonteintjes) en het water van de Marktstroom. De vochtsensoren meten of planten water nodig hebben; zo leren we of en wanneer ze stress ervaren door hitte of droogte. De temperatuur en het vochtgehalte worden continu gemonitord en vergeleken met het aangrenzende gebied. Ter Steege legt uit: ‘We hebben ook sensoren hangen in een referentiestraat; dat is een straat waar geen klimaatadaptieve maatregelen getroffen zijn. Daar hangen eveneens sensoren om de temperatuur en vochtigheid te meten op verschillende hoogten. Ook meten we met de stichting Apeldoorn in Data de temperatuur in het Veluwse bos en in een open veld zonder schaduw in Lieren. Al deze data kunnen we nu met elkaar vergelijken. Zo is het project Klimaatstraat een soort testlab. We zijn nog niet klaar, want we willen in de toekomst het publiek laten zien wat het resultaat is van al onze inspanningen. Ergens in de stad komt een openbaar scherm waarop de temperatuur, luchtkwaliteit en vochtigheid in de stad getoond zullen worden.’

Vergelijkbare projecten

Ook bij het ambitieuze Klimaatplein ’t Gasthoês in Horst aan de Maas (Noord-Limburg), de herinrichting van de binnenstad van Tilburg en de vergroening van het stationsplein in Zwolle wordt gebruikgemaakt van de slimme sensoren van Connected Green. Voogt: ‘Connected Green is breder dan alleen sensoren voor het watergeven. Het is een platform waarmee je data van meerdere sensoren kunt combineren. In eerste instantie werkten we veel samen met groenvoorzieners, maar geleidelijk aan kwamen steeds nadrukkelijker ook gemeenten in beeld die zich bezighouden met wateroverlast, watertekort en hittestress. Monitoring is bij al deze projecten essentieel, omdat je de effecten van al die maatregelen wilt meten en bijsturen. De Klimaatstraat in Apeldoorn en vergelijkbare projecten tonen het aan: steeds meer gemeenten en groenvoorzieners zien in dat het Connected Green-platform perfect in te zetten is bij complexe klimaatadaptieve projecten.’

Bron: Stad+Groen

Digitaal platform Werkwijzer wordt verrijkt met watergeefdata van Connected Green

Dit voorjaar zal bij drie launching customers de volledige integratie plaatsvinden van de sensoren en bijbehorende applicatie van Connected Green en het platform Werkwijzer. Het doel van deze samenwerking is het creëren van een verbeterde aansturing van de workflow voor hun afnemers. De integratie komt tot stand dankzij een recent gerealiseerde koppelmodule die data-uitwisseling tussen de systemen mogelijk maakt. Wat houdt dit alles precies in?

Auteur: Jeroen Poldermans

‘Je kunt zeggen: ik ben naar een boom gereden en ik heb water gegeven. Of je zegt: ik ben naar een boom gereden en ik heb water gegeven omdat de sensor aangaf dat dit nodig was. Dat is een heel andere onderbouwing van de inzet van mensen en middelen voor je opdrachtgever’, aldus René Voogt van Connected Green. Dit eenvoudige voorbeeld illustreert prima de essentie van de integratie van beide systemen. Realtime informatie over de input uit het veld, die taken genereert om de workflow te voeden. The best of both worlds!

‘Ik ben naar een boom gereden en ik heb water gegeven omdat de sensor aangaf dat dit nodig was.’

Totstandkoming van de samenwerking

Connected Green en Werkwijzer hebben een gezamenlijke klant: Snoek Puur Groen. Deze kwam met de vraag of de data van de watergeefsensoren niet in Werkwijzer verwerkt konden worden. Die vraag kwam terecht bij Pieter Verloop van Werkwijzer. Verloop: ‘We hebben deze vraag serieus opgepakt, omdat ons platform juist bedoeld is om data te ontsluiten en zodoende de werkprocessen beter aan te sturen. Ik heb toen met René (Voogt) contact opgenomen en daarna is het balletje gaan rollen.

Tijdens onze oriëntaties ontstond het idee om het project Snoek Puur Groen breder te trekken en toekomstbestendig te maken. Dat was de basis voor de integratie van beide systemen.’ Om de gegevens te combineren en daarmee de workflow te optimaliseren, moest er een koppelmodule gebouwd worden die de data van de systemen samenvoegde. Na de release hiervan is Werkwijzer het eerste platform met een koppeling naar Connected Green.

Vochtsensoren van Connected Green

Connected Green is in 2017 opgericht door René Voogt en heeft als missie: met slimme technologie de wereld groener maken. Het vochtregulatiesysteem van Connected Green bestaat uit slimme sensoren, een cloud-omgeving en een app voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. Sensoren meten het vochtgehalte van de bodem. De informatie van de sensoren komt terecht in een platform, dat onder andere voorzien is van een logboek en een dashboard dat werkt als een stoplichtsysteem. 

De onderscheidende kracht van Connected Green zit hem in de opgeslagen gegevens over de 2400 meest voorkomende planten en bomen in het stedelijk groen. En in de informatie over de diverse geijkte grondsoorten. Grondsoorten die niet in de database voorkomen, worden in een laboratorium nader onderzocht en alsnog toegevoegd. Eén van de opdrachtgevers die werken met dit systeem, is de gemeente Den Haag. Daar leverde het werken met sensoren na vier maanden een besparing op van ongeveer 1,2 miljoen liter water en de nodige brandstof en manuren.

ConnectedGreen en Werkwijzer versterken elkaars kracht

De integratie is vooral interessant voor grote hoveniers, groenvoorzieners en gemeenten. Met de samenwerking en integratie van beide systemen spelen de partners in op de vraag naar meer data-aangedreven workflow. Verloop: ‘De integratie is een klassiek geval van synergie. Een duidelijke versterking van onze systemen. Het genereren van taken op basis van sensordata is absoluut een meerwaarde die wij de klanten kunnen bieden.’

Voogt: ‘De domeinkennis die wij in Connected Green stoppen, is superrelevant voor de mensen in het veld. Onze app geeft een beeld van een bepaalde veldsituatie en op basis daarvan kun je een actie uitvoeren. Werkwijzer biedt de mogelijkheid om de geïnterpreteerde data (bomen en planten hebben wel/geen water nodig), maar ook de taken die daaruit voortkomen (ga water geven) op een kaart weer te geven en die info te verrijken met bijvoorbeeld een logboek (wie heeft water gegeven, wanneer en hoeveel). 

Dit acteren op een alert gebeurt al in onze app, maar die beheerprocessen worden niet zo slim gedefinieerd als in Werkwijzer. Zij zijn specialisten op het gebied van werkprocessen en wij van sensoren. Wat dat betreft, zal er weinig veranderen. Ieder doet waar hij goed in is. Anders geformuleerd: schoenmaker, blijf bij je leest!’

Voordelen onder de loep

De grote voordelen van het werken met de sensoren en app van Connected Green zijn enorme besparingen op watergift, personeelskosten, projectbezoeken en inboet. Zo leverde het werken met de vochtsensoren in de gemeente Veldhoven in drie maanden tijd een besparing van 20.000 euro op aan water-, loon- en materiaalkosten. 

De grote voordelen van het werken met Werkwijzer zijn realtime inzicht in en controle op de werkzaamheden, meer efficiëntie, het opbouwen van een historie via logbestanden en het genereren van taken op basis van input uit het veld. De integratie van beide systemen levert de perfecte schakel op tussen het buiten- en binnenbeheer. Stel, je stuurt als groenvoorziener een factuur voor het geven van water. Zo’n factuur is transparanter als de watergeefacties zijn gebaseerd op taken die door de sensoren zijn gegenereerd en onderbouwd. De financiële verantwoording levert dus minder discussie op. Dankzij het inzicht in de waterbehoefte kun je mensen en middelen optimaal inzetten.

De opgebouwde historie ondersteunt de gemaakte calculaties en de eventuele nafacturatie. Voor de uitvoerenden is het grote voordeel dat ze een interactieve workchart hebben en op basis van gps kunnen zien waar ze zijn, en dat hun werkzaamheden en rapportages direct zichtbaar zijn op de GIS-kaart. De werkzaamheden binnen en buiten verlopen transparanter, effectiever en gerichter, waardoor de beplanting beter aanslaat – want laten we niet vergeten dat dat het uiteindelijke doel is.

Integratie van systemen in de praktijk

Wat gaan de gebruikers binnen en buiten nu merken van deze integratie? Het platform van Werkwijzer bestaat uit modules die bouwblokken worden genoemd. Connected Green zal een optioneel bouwblok van Werkwijzer worden, dat door opdrachtgevers kan worden geactiveerd. Wanneer dat het geval is, zullen de gebruikers binnen, de managers en planners, gebruik kunnen maken van het dashboard van Connected Green. Een dashboard dat werkt als een stoplichtsysteem. Kleurt de achtergrond rood, dan geeft het systeem aan dat er een watertekort is. Kleurt die oranje, dan heeft een bepaald project aandacht nodig, en bij groen is het waterpeil dik in orde.

De medewerkers in de buitendienst zullen weinig merken van de softwarefusie. Zij melden de taak ‘water geven’ af in het systeem en zien de effecten realtime op hun GIS-kaart. Het gebruiksgemak zal er dus niet onder te lijden hebben.

Digitaal kaartplatform van Werkwijzer

Werkwijzeris een relatief jong en ambitieus bedrijf, dat gespecialiseerd is in het digitaal beheer van werkprocessen. Het gelijknamige digitale platform is gebaseerd op GIS, een geografisch informatiesysteem. Het platform levert alle benodigde informatie voor opdrachtgever en opdrachtnemer. De Werkwijzer-applicatie is ontwikkeld voor met name uitvoerende partijen. Vanuit het oogpunt van de uitvoering van werkzaamheden en het ontsluiten van de juiste veldinformatie voor opdrachtgever en management.

De toekomst

Op het moment dat deze editie van Stad + Groen op de deurmat valt, wordt er hard gewerkt aan de uitrol van de integratie. Voogt: ‘Waarschijnlijk zullen verschillende mensen met verschillende apps gaan werken. Het instellen van de grondsoorten en het monitoren van de bomen zal bijvoorbeeld in de Connected Green-app gebeuren. De taken die voortvloeien uit deze acties worden weer gemonitord in Werkwijzer. Zo zullen in de toekomst ook bepaalde werkzaamheden met elkaar worden gecombineerd, bijvoorbeeld water geven en prullenbakken legen als je toch op die locatie bent.’ Verloop is ambitieus over de verdere toekomstplannen: ‘Op dit moment maken wij dankzij de integratie gebruik van de vochtmeetsensoren, maar ik sluit niet uit dat we in de toekomst ook de data van andere sensoren (licht/temperatuur) van Connected Green zullen integreren. Zo worden we allebei completere datapartners voor onze opdrachtgevers.’

‘Het inplannen van personeel is belangrijk als straks met de droogte ook de hectiek weer losbarst.’

Aftrappen in Emmen

Eén zijn met de natuur, dat is waar Snoek Puur Groen voor staat. Dit grote hoveniersbedrijf uit Grou (met een vestiging in Emmen) wil eigenaren van tuinen en buitenruimtes zoveel mogelijk laten genieten van de geuren, kleuren en geluiden die de natuur te bieden heeft. Eigenaar Douwe Snoek is steeds op zoek naar innovaties voor het groenonderhoud en heeft een voorliefde voor duurzame en liefst circulaire producten. Vanuit hun duurzaamheidsstreven werken ze bij Snoek met de sensoren van Connected Green, zodat ze alleen maar water hoeven te geven als het ook echt nodig is. Voor het monitoren en aansturen van de werkprocessen werken ze met Werkwijzer. 

Snoek Puur Groen had de wens om de data van Connected Green te kunnen integreren in Werkwijzer. Boomtechnisch en klimaatadaptief adviseur Simone Arends legt uit: ‘Onze opdrachtgevers kunnen dankzij Werkwijzer meekijken met de uitvoering van de werkprocessen, waardoor er meer transparantie ontstaat. Ze kunnen bijvoorbeeld in de historie teruglezen wanneer er onderhoud is gepleegd. Bij een grote klant als de gemeente Emmen, met meer dan twintig locaties, is dat ideaal, omdat anders het overzicht verloren gaat. We hebben al sensoren van Connected Green bij diverse opdrachtgevers geplaatst. 

Voor onze werkzaamheden voor de gemeente Emmen zullen we gebruik gaan maken van de volledige integratie van de sensoren en de app van Connected Green in Werkwijzer. De interface is gebruiksvriendelijk. De sensoren kleuren een gebied rood, oranje of groen; zo simpel is het. Dat maakt het werk voor ons overzichtelijk en eenvoudiger. Zo zie je bijvoorbeeld ook waar je niet hoeft te zijn (groen), wat voor ons belangrijk is bij het inplannen van personeel als straks met de droogte ook de hectiek weer losbarst.’

‘Door de integratie wordt de monitoring vereenvoudigd en hebben we ook alle data voor analyse bij elkaar.’

Implementatie in Weert

Attender Groen is een bedrijf met een diversiteit aan talenten en maakt als regionaal betrokken groenbedrijf deel uit van de Vebego Groenbedrijven in Nederland. Er wordt met ruim 300 collega’s gewerkt vanuit drie vestigingen: in Meerssen, Hoensbroek en Nederweert. De opdrachtgevers zijn gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen en het bedrijfsleven. Voor de gemeente Weert implementeert Attender Groen de integratie van Connected Green in Werkwijzer.

Regiomanager Tim Schreurs van Attender Groen: ‘We vinden het belangrijk om onze complete opdracht te kunnen monitoren in één systeem. Door de integratie van meerdere verschillende partijen in Werkwijzer wordt dit mogelijk. Verschillende systemen betekent meerdere software-applicaties die gemonitord moeten worden. Door de integratie wordt deze monitoring vereenvoudigd en hebben we ook alle data voor analyse bij elkaar. 

We verwachten in de gemeente Weert een forse besparing op de watergift te kunnen bewerkstelligen door de toevoeging van de Connected Green-sensoren. Door tevens meer te sturen op de waardes die gegeneerd worden door de sensoren, kunnen we ons materieel effectiever inzetten. Uiteindelijk leveren een besparing op de watergift en een efficiëntere inzet van materieel ook een besparing op de CO₂-uitstoot op.’

Bron: Stad + Groen

Betere inzichten, minder water: Gemeenten Veldhoven en Den Haag besparen fors met Connected Green

Dat zijn sensoren en het Connected Green-platform in meerdere opzichten bijdragen aan groen besparing, dat weet oprichter René Voogt zelf ook wel. Maar dat het om zulke grote besparingen gaat, verrast ook hem in positieve zin. Michel Romeijn van de gemeente Den Haag en Ron Berben van de gemeente Veldhoven vertellen over hun ervaringen. ‘Een besparing van zo’n 1.200.000 liter water per jaar, dat hadden we niet verwacht.’

Auteur: Heidi Peters

Begin dit jaar publiceerde Stad + Groen een artikel over het vochtmonitoringssysteem van Connected Green. Inmiddels hebben diverse gemeenten deze technologie omarmd, waaronder Veldhoven en Den Haag. Ron Berben, als zelfstandig groenadviseur ingehuurd door de gemeente Veldhoven, is altijd op zoek naar innovatieve oplossingen voor groen besparing. Dus toen de gemeente op zijn advies investeerde in zes sensoren met de bijbehorende software, zag hij direct een gelegenheid om de toegevoegde waarde van Connected Green in kaart te brengen. 

Berben vergeleek de kosten van bewateren – zowel het water als de menskracht – bij de zeventig bomen die door de sensoren werden gemonitord, met de kosten bij bomen die op de traditionele manier werden verzorgd. ‘Er is een mooi gezegde: meten is weten. Dit geldt zeker voor vochtsensoren. We denken door ervaring en vakkennis veel te weten, maar de praktijk is vaak weerbarstig. We kunnen met de huidige technieken veel meer dan we zelf weten, dus wat mij betreft moeten we ons daar veel meer in verdiepen en gebruik van maken.’, aldus Berben. 

‘We denken door ervaring en vakkennis veel te weten, maar de praktijk is vaak weerbarstig.’

Grote besparing

In de gemeenten Veldhoven zijn vorig jaar zo’n 300 bomen omgewaaid door stormschade. De 70 die daarvoor zijn teruggeplant, worden nu verzorgd op basis van de gegevens van de sensoren. In totaal zijn er in het afgelopen jaar 840 bomen geplaatst in de gemeente Veldhoven. De inzet van Connected Green in Veldhoven heeft geleid tot substantiële groen besparing. 

‘De investering in de sensoren en het bijbehorende abonnement verdien je snel terug’, aldus Berben. ‘Na drie maanden heb ik het verschil uitgerekend. Als we alle 840 bomen op basis van de vochtsensoren hadden verzorgd, hadden we in drie maanden 20.000 euro bespaard op water-, loon- en materiaalkosten. Ik ben er zelf oprecht verbaasd over. Je verspilt geen water, maar geeft ook niet te weinig, dus de boom wordt optimaal verzorgd. En ritjes tussendoor om de status van de boom en de grond te controleren hoeven ook niet meer. Dat is nog een interne besparing die niet het bedrag zit. Ook kan de uitvoering gecontroleerd worden. De vochtsensoren geven een piek wanneer er water wordt gegeven.’

Van zes naar dertien

Berben: ‘We begonnen in de gemeente Veldhoven met zes sensoren. Het was ook een proef voor Veldhoven, bedoeld om, waar nodig, collega’s te overtuigen. Dit bleek inderdaad nodig en het is gelukt. Daarna hebben we er nog zeven bij besteld. Werken met sensoren heeft invloed op je dagelijks werk. Een grondboor gebruiken om de status van de grond te bepalen is niet meer zo vaak nodig. Er zijn veel minder verloren uren en we werken een stuk efficiënter. De gegevens en status van de bodem lees je op afstand af en daarna bepaal je de vervolgstappen.

Voor jonge bomen is het heel belangrijk om op het juiste tijdstip water te geven. Bij te laat water geven kan de boom in de stress schieten. Dit stagneert de groei, waardoor de boom langer nodig heeft om zonder zorg te blijven groeien. Allemaal factoren waardoor ik heel positief ben over het gebruik van de sensoren van Connected Green.’

Sensoren voor drainage

Adviesbureau Terraspect, werkend aan een project in Hendrik Ido Ambacht, benaderde Berben ook voor een bijzondere situatie. Rondom een perenberceau, geplant in 1922, wordt gebouwd. De berceau staat op een akker en er worden nu woningen omheen gebouwd. Vanwege het cultuurhistorisch belang wil de gemeente de berceau behouden. De bouw heeft echter invloed op het grondwaterpeil, zeker hier in het lager gelegen westen van het land. Berben: ‘Er is drainage aangebracht, zodat de perenbomen niet met de voeten in het water staan. Dat is leuk, maar voor het behoud van de bomen moeten we twee dingen weten: werkt de drainage en krijgen de bomen genoeg water van boven? 

Begin juni hebben we elf sensoren geplaatst, op vier plaatsen een combinatie van een sensor op 90 cm en één op 60 cm. De sensor op 90 cm hoort aan te geven dat de grond nat is en die op 60 cm dat de grond vochtig blijft, maar niet nat wordt. Zolang de sensoren dat aangeven, weten we dat de drainage werkt. Hoewel de sensoren gemakkelijk verplaatsbaar zijn, is dat voor deze dus niet de bedoeling. Ze hebben een permanente bewakingsfunctie. Dus ook voor zoiets kun je de sensoren gebruiken. Heel handig.’

Voortzetting van groen besparing in Gemeente Den Haag

Michel Romeijn is voorman van de aanlegafdeling van de gemeente Den Haag. Hij stelde zijn team de vragen: Waarom geven we water? Omdat het op de planning staat? Maar is dat dan nodig? Benieuwd naar de antwoorden op deze vragen, koos Romeijn voor Connected Green. Inmiddels weet hij dat water geven niet altijd nodig is. ‘Vooraf hoop je dat je iets kan besparen’, zegt hij. ‘Nou, dat bleek boven verwachting. Het is een investering die je vlot terugverdient door significante groen besparing.’

Michel Romeijn: ‘De sensoren zijn eenvoudig te plaatsen.’

Den Haag heeft al sensoren in plantenbakken en in het voorjaar van 2020 worden deze aangevuld met twintig sensoren voor bomen. Voor een zo nauwkeurig mogelijk advies moet de bodem waarin de sensoren geplaatst worden zo dicht mogelijk bij een van de geijkte soorten in de app liggen. Het mengsel van de bomengrond in Den Haag wijkt wat af van de tien beschikbare grondsoorten in Connected Green. Daarom heeft de gemeente een bodemmonster opgestuurd, dat door Connected Green naar het laboratorium is gestuurd. Dit is vervolgens geijkt en toegevoegd aan de app.

Romeijn: ‘We zijn gestart met twintig plant- en boomsensoren om een beeld te krijgen. Wat doet het programma precies, hoe werkt het, wat zeggen de grafieken? De sensoren staan op plaatsen met uiteenlopende omstandigheden, zoals in de buurt van een sloot, in de stad en op een talud waar de grond vaak droger is. We hebben in onze gemeente jaarlijks 1500 nieuwe bomen te verzorgen. De resultaten zijn verrassend en bieden op sommige plekken ook duidelijkheid voor de lange termijn. Zo zie je dat bomen die in de buurt van een sloot staan, op den duur zelf wel zorgen voor genoeg vocht. Heb je dat een tijdje gemonitord, dan kun je constateren dat de sensor daar weg kan.’

Geen vast rondje meer

Voor het team, dat al jaren gewend was aan het vaste rondje water geven, was het even wennen. ‘Er waren wat zorgen dat er minder werk voor het team zelf zou zijn, maar dat is niet zo’, legt Romeijn uit. ‘We besparen op inhuur en op het verbruik van oppervlaktewater. Na vier maanden werken met Connected Green constateer ik een forse besparing bij de weersomstandigheden van dit seizoen. We reden vorig jaar rond met vijf trekkers; dat zijn er nu gemiddeld drie, dus twee minder. Eén daarvan reken ik toe aan het efficiënter water geven dankzij Connected Green. Daarnaast heb ik een gedigitaliseerde waterroute geïmplementeerd, waardoor we stukken efficiënter rijden. Dat scheelt ook een trekker. Reken maar uit: een trekker twintig weken fulltime inhuren, dat kost een lieve duit. 

Bovendien is er minder dieseluitstoot en pompen we rond de 1.200.000 liter water minder op. We hebben namelijk 1600 locaties in de stad, waar we per jaar voor tien waterrondes komen. Dat is dus jaarlijks 16.000 locaties. Door het gebruik van sensoren besparen we tussen de 50 en 100 liter per locatie. Neem ik een gemiddelde van 75 liter besparing per locatie, dan komt dat neer op circa 1.200.000 liter water dat we minder oppompen.’

De veldcomputer van de gemeente Den Haag, waarop de metingen realtime zichtbaar zijn.

Verantwoording gemeenschapsgeld

Romeijn vervolgt: ‘Ik vind het ook fijn dat ik op basis van de informatie uit de sensoren gefundeerd en onderbouwd kan laten zien hoeveel geld ik heb uitgegeven en hoeveel water ik heb verbruikt en waarom. Het kan zijn dat we volgend jaar een veel hetere en drogere zomer hebben en dus meer water nodig hebben. Met deze informatie kun je ook dan onderbouwen dat het echt nodig is. Bovendien wil je als gemeente ook dat de nieuwe bomen aanslaan, want een boom die het niet redt wegens te weinig water en daarom vervangen moet worden, dat kost ook het nodige. Op deze manier werken is echt de toekomst. Wij breiden het aantal sensoren de komende tijd dan ook fors uit.’

‘Met deze informatie kun je onderbouwen dat water geven echt nodig is.’

'Cruyffiaans eenvoudig'

‘Minder waterverbruik en betere, gezondere bomen, dat zijn de doelstellingen van de inmiddels tientallen gemeenten die met ons systeem werken’, vertelt René Voogt, de oprichter van Connected Green. ‘Met dat doel komen ze bij ons. Het meten van de condities van groen met sensoren is niet nieuw, maar is vaak een heel technisch verhaal. En dat programma, dat is waarmee we ons onderscheiden. Dit bevat een database met informatie over de specifieke behoeften van de 2400 meest gebruikte vaste planten en bomen, zoals de water- en lichtbehoefte en vorstgevoeligheid. Zoals de ene boom de andere niet is, gaat dat ook op voor grondsoorten. 

Een zanderige bomengrond heeft een andere waterbehoefte dan bijvoorbeeld teelaarde of klei. Daarom hebben we de elf meest gebruikte grondsoorten geijkt, inclusief de grond uit Den Haag. De combinatie van de grond en de plant geeft het optimale wateradvies. Overigens zijn we sensor-onafhankelijk en kunnen we sensoren van alle merken koppelen aan ons beheersysteem.’

Voogt besluit: ‘We zien in ons klantenbestand waar het droog is. Gemeenten in het zuiden en oosten van het land hebben meer te maken met waterschaarste en maken meer gebruik van de app. De app toont een grafiek en geeft een melding als het nodig is om te sproeien. Het is echt Cruyffiaans eenvoudig opgezet. Meer inzicht, minder kosten, daar gaat het om.’

Bron: Stad+Groen

'Als een groeiplaats uitdroogt, is hij moeilijk weer nat te krijgen'

Het is droog in Nederland. Zo droog dat grond waterafstotend kan worden. René Voogt, die met de technologie van ConnectedGreen groenvoorzieners middels data-interpretatie helpt onder meer het waterpeil van hun beplanting in het oog te houden, legt uit wat er aan de hand is met waterafstotende grond.

Auteur: Karlijn Klei

Voogt ziet de droogte in Nederland al enige tijd terug in de data van de sensoren die het bedrijf over Nederland verspreid heeft staan. ‘Ondanks de relatief natte winter’, vertelt Voogt, ‘zijn veel groeiplaatsen nooit echt “de oude” geworden na de droogte van vorig jaar.’

Poriën

‘In de bodem zitten poriën’, legt Voogt uit. ‘De grootte van die poriën kan verschillen: van grote poriën in zand tot heel kleine poriën in klei. Dat is nuttig, want hierdoor kan de bodem bomen en planten van onder meer vocht en zuurstof voorzien. Als de grond uitdroogt, vullen de poriën zich echter met lucht. De grond is dan zo droog dat hij hydrofoob is geworden; waterafstotende grond. Dit is een buitengewoon veelvoorkomend verschijnsel, waarvan de nadelige effecten lang blijven aanhouden.’

Om van de uitdroging te herstellen, heeft de grond niet alleen water, maar ook tijd nodig. Normaalgesproken vindt dit herstel plaats in de winter, wanneer er minder verdamping en meer regen is dan in de maanden ervoor. 

‘Deze winter was echter niet nat genoeg om de groeiplaatsen na de eveneens droge periode van vorig jaar weer helemaal aangevuld te krijgen’, legt Voogt uit. ‘Met name op plekken met een wat zanderige ondergrond is het hang- en grondwater door de droogte verdwenen, dan wel dieper weggezakt.’ 

René vergelijkt de uitgedroogde grond met een spons. ‘Als je een kurkdroge spons in een emmer water gooit, neemt hij het water niet direct op. Pas als je de spons een tijdje laat weken, krijgt hij zijn waterabsorberende functie terug.’

‘Door uitdroging wordt grond hydrofoob, oftewel waterafstotende grond.’

Uitspoelen

Als je dus te maken hebt met hydrofobe grond, is het zaak niet soms veel, maar vaker een kleinere hoeveelheid water te geven. ‘Als je er in één keer een plens water op gooit, dan spoelt het gewoon weg’, vertelt Voogt. Die uitspoeling gaat ofwel via het oppervlak, zoals hemelwater bij verharding over de straten stroomt, ofwel dwars door de groeiplaats richting het grondwater. Het waterpeil is echter – eveneens door de droogte – op veel plekken zó laag komen te staan, dat de wortels er niet meer bij kunnen.

 

‘We moeten in plaats van soms veel, vaker, kleinere hoeveelheden water geven’, benadrukt Voogt nogmaals. Deze wijsheid is natuurlijk niet nieuw, maar met de droogte van de afgelopen jaren, is het belangrijker dan ooit. ‘In de praktijk gaan mensen vaak met de trekker naar een boom, en gooien een keer of twee de gietrand vol. 

Helaas blijft maar 10 à 20 procent van het water achter in die hydrofoob geworden groeiplaats – en dat is zonde natuurlijk.’ Niet alleen van het water en de manuren, maar ook van de voedingsstoffen en zouten in de grond. Die spoelen er namelijk met het water uit. 

De mate van uitspoeling is te visualiseren met de data die Voogt met Connected Green verzamelt en analyseert. Voogt: ‘Hoe ‘steiler’ de piek op de vochtgrafiek, hoe meer uitspoeling er plaatsvindt. Dat zie je bij een grote watergift aan een uitgedroogde groeiplaats: het vochtgehalte stijgt heel snel, maar daalt ook weer bijna net zo rap. Als je kleinere, frequentere watergiften uitvoert, is de piek minder steil: water wordt langzamer toegevoegd, maar blijft ook beter in de groeiplaats hangen. Door hier goed naar te kijken, is het mogelijk de optimale hoeveelheid water te vinden om het gemiddelde vochtpercentage op peil te houden. 

Uit de praktijk blijkt dat dit tot wel 70 procent van de hoeveelheid water kan schelen. In een middelgrote gemeente kan dat al snel enkele honderdduizenden liters per seizoen schelen.’

Het effect van een grote watergift is zeer beperkt voor de langere termijn.

Kleinere, meer frequente watergiften hebben een veel langduriger effect.

Oplossingen tegen waterafstotende grond

De essentie van het verhaal is: als je groeiplaats uitdroogt, is hij heel moeilijk weer nat te krijgen. Je hebt dus te maken met waterafstotende grond. Voogt: ‘Het is dus van belang dat je niet alleen op de juiste manier water geeft, maar dat ook groeiplaatsen en plantvakken op de juiste manier aangelegd worden.’ Hierbij speelt onder meer het hergebruik van hemelwater een belangrijke rol. De droogte waar we mee te kampen hebben wordt immers afgewisseld door een ander extreem: korte, maar zeer hevige plensbuien. 

Middels constructies zoals waterbuffers of kratjes om en onder de plantvakken, vang je twee vliegen in één klap. ‘Enerzijds vang je piekwater op dat anders misschien niet weg kan en leidt tot wateroverlast. Hydrofobe grond gedraagt zich immers min of meer als verharding’, vertelt Voogt. ‘Door het water op te vangen, voorkom je wateroverlast en heb je water om te gebruiken als dat nodig is. Zo creëer je een soort microsysteempjes die los staan van het al dan niet beschikbare grondwater.’

 

Helaas zijn dergelijke constructies niet zomaar overal aan te leggen. Dan is het volgens Voogt vooral zaak de boel middels monitoring heel goed in elkaar te houden. ‘Je moet ingrijpen vóór de grond uitdroogt. Als het al uitgedroogd is, dan moet je op behoedzame manier water gaan geven. Het is echt tijd om opnieuw naar water geven en het aanleggen van groeiplaatsen te kijken’, besluit Voogt. ‘Ik denk de groeiplaats van de toekomst een combinatie zal zijn van innovaties zoals we die bij de Gouden Gieter voorbij hebben zien komen.’

‘De groeiplaats van de toekomst is een combinatie van innovaties zoals we bij de Gouden Gieter hebben gezien.’

Wortels pesten

Het is een ingewikkelde kwestie, dat water geven. Want hoewel je je bomen en planten en hun waterbehoefte goed in het oog moet houden, moet je ze ook weer niet ‘verwennen’, zo laat Voogt weten. ‘Als je planten als het ware op hun wenken bedient, kunnen ze ‘lui’ worden. Dat houdt in dat een boom of plant zijn wortels niet verder hoeft te ontwikkelen om bij water te komen, en dat dus ook niet doet.’ Als je dan een keer geen water geeft, zit de boom met de gebakken peren. 

Door zijn onder- of minder ontwikkelde wortelpakket kan hij dan namelijk niet bij het grond- of hangwater. ‘Kwekers weten dat. Op kwekerijen worden bomen dan ook zo water gegeven dat de wortels zich goed ontwikkelen. We noemen dat pesten’, aldus Voogt. ‘Je moet de wortels een beetje pesten, zodat ze zich goed ontwikkelen.’

Bron: Stad+Groen

HAARLEM – In droge, hete zomers zoals dit jaar moeten jonge bomen in Haarlem wel tien keer bewaterd worden. De eerste twee jaar nadat ze de grond in zijn gegaan, kunnen ze daar niet zonder. Dit jaar wordt de gigantische operatie iets minder arbeidsintensief omdat met vochtsensoren voor jonge bomen de vochtigheid van de grond rond de nieuwe aanwas in de gaten wordt gehouden.

Auteur: Geja Sikma

Vochtsensoren voor jonge bomen

Een proef met de vochtsensoren voor jonge bomen van beheerder Spaarnelanden in de gemeente Haarlem loopt nu ongeveer vier maanden. En juist dit jaar is het bij uitstek nodig. Het droge voorjaar en de huidige hittegolf maken het de jonge boompjes niet makkelijk.

Dirk Hoogewerf en zijn team rijden momenteel met vier tractoren en tanks vol met water uit het Spaarne door de stad. Zo’n tweeduizend bomen die de afgelopen twee jaar zijn geplant krijgen per keer 100 liter water. Dat is een kostenpost van naar schatting anderhalve ton, geld dat dankzij de sensoren gerichter kan worden besteed.

Op zijn telefoon kan data-analist Roy Kolk van Spaarnelanden precies zien hoeveel water de jonge steeneiken aan De Bazellaan in Parkwijk de afgelopen week hebben ‘gedronken’. En ze hadden wel weer even een slok nodig, zo laat de grafiek zien. Er zijn tien vochtsensoren bij wijze van proef verspreid over Haarlem geplaatst. “De voelsprieten meten het vochtgehalte en daarmee kunnen we zien of het voldoende is”, vertelt Kolk.

Geen water voor de groten

Op de planning staan weer 700 bomen die gepland gaan worden de komende tijd. De bomen die dan langer dan twee jaar staan, worden dan overgeslagen door de watertrekkers van Spaarnelanden. Volgens Hoogewerf moeten die voor zichzelf kunnen zorgen. “Die groten zitten al heel diep geworteld, die kunnen op eigen benen staan.” Bij elke aanwas wordt er rekening mee gehouden dat acht tot tien procent van de bomen het niet redt. “Dat is normaal”, volgens Dirk.

‘De boom beschermt zichzelf door minder bladvolume te creëren, en dan heeft hij minder water nodig.’

Groenbeheerder Spaarnelanden

 

DIRK HOOGEWERF, SPAARNELANDEN

Met extreme warmte kan het wel zo zijn dat bomen blad laten vallen, zoals ook de grote eik in een plantsoentje aan De Bazellaan. “En dan wordt er direct geroepen ‘oh, de bomen gaan dood en die hebben water nodig!’ Dat is dus niet zo”. legt Dirk uit.  “De boom beschermt zichzelf door minder bladvolume te creëren en dan heeft hij minder water nodig.”

'Mediterrane' soorten

Hij verzekert dat zo’n boom volgend jaar weer volop in blad staat. Maar wel moet er volgens Dirk rekening gehouden worden dat bij een blijvende klimaatverandering niet alle soorten bomen stand houden in een stad. Er moet wellicht binnenkort een gemaakt worden voor meer ‘mediterrane’ soorten.

Wel moet volgen dirk rekening gehouden worden dat bij blijvende klimaatverandering niet alle soorten bomen stand kunnen blijven houden in een stad en er wellicht keuze gemaakt moet worden voor meer ‘mediterrane’ soorten.

Bron: NH Nieuws

Koppelen, beheren en kalibreren zijn de nieuwste stappen van data-driven Connected Green

Begin 2017 stond René Voogt met zijn groenbeheer-app ConnectedGreen voor het eerst op de Groene Sector Vakbeurs in Hardenberg. Tussen de ‘groten’ van de groensector presenteerde hij een prototype en werden de eerste pilotprojecten opgetekend. Een jaar later werd het vochtmonitoringssysteem met draadloze sensoren onthuld. Tijdens de beurs van 2020 zocht vakblad Stad + Groen de stand van ConnectedGreen opnieuw op. We spraken Voogt, nu voor de vierde keer op de ruim opgezette beurs, over de nieuwste ontwikkelingen binnen de groenbeheer innovaties. ‘De gesprekken zijn nu heel anders dan in voorgaande jaren.’

Auteur: Karlijn Klei

Groenbeheerplatform ConnectedGreen in paar jaar tijd uitgegroeid tot serieus bedrijf

De leus die ConnectedGreen kenmerkt, is in die jaren overigens niet veranderd: ‘Het gaat niet alleen om de sensor… maar om wat je met de gegevens doet.’ ‘Je moet ConnectedGreen zien als een platform om informatie van sensoren voor (openbaar) groen te interpreteren en te delen’, zo begint Voogt ons gesprek op de beursvloer. Voor het systeem wordt gebruikgemaakt van vakkennis op het gebied van bomen, planten en grondsoorten. De slimme monitoring die met het platform mogelijk is, helpt om duurzamer te werken en te besparen, zowel op water als op projectbezoeken en uitval. Dat drukt de kosten én biedt verlichting met betrekking tot het enorme personeelstekort in de sector.

Water, licht en warmte

‘We hebben nu twee soorten sensoren’, vertelt Voogt. ‘Onze meest verkochte is een watergeefsensor die het bodemvocht meet.’ Die sensoren gaan niet voor niets als de spreekwoordelijke warme broodjes over de toonbank: ‘Pakweg 90 procent van de uitval van planten is namelijk te wijten aan ofwel te veel ofwel te weinig water.’ Omdat het hiervoor essentieel is te meten op de diepte van de wortels en omdat boomwortels dieper de grond in gaan dan bijvoorbeeld wortels van vaste planten, is deze sensor in verschillende lengten beschikbaar.

De andere sensor meet temperatuur en licht. ‘Een stel daarvan is verwerkt in de Klimaatkubus op het Osdorpplein in Amsterdam’, vertelt Voogt. De kubus is een ‘groen-blauwe plek’ waar onder meer de effecten van groen op stadse hittestress worden onderzocht. De sensoren van ConnectedGreen, zowel in de groene kubus als in een stuk ‘grijs’ een eindje verderop, brengen het temperatuurverloop op beide plekken in beeld, en dus het verschil tussen groen en grijs.

Een veelgestelde vraag, merkt Voogt naar aanleiding van dit verhaal op, is hoe dergelijke sensoren onzichtbaar ingebouwd kunnen worden in de openbare ruimte, zoals drukke winkelstraten. Kan een voorbijganger ze niet zomaar uit de grond plukken? Volgens Voogt niet: ‘Sensoren zoals deze zijn makkelijk weg te werken, bijvoorbeeld onder drainagedoppen of eindkappen. Die zitten vaak toch al rond stadse beplanting. Ingebouwd tussen de stenen zitten de sensoren daar veilig.’

Stoplichtsysteem

Maar het gaat dus niet per se om die sensoren, benadrukt Voogt, terwijl hij op het scherm achter zich de ConnectedGreen-webapp opent: dáár gaat het om. Het dashboard lijkt op het eerste gezicht simpel. Eén ding springt eruit: de vuurrode achtergrond. ‘De achtergrondkleur is als een soort stoplicht gekoppeld aan het slechtst lopende project’, legt Voogt uit. ‘Groen staat voor goed, geel voor droog of nat, rood voor te droog of te nat. Zo heb je meteen een visueel overzicht van de stand van zaken.’ 

Het dashboard geeft dus al een interpretatie van de metingen. Voogt: ‘De sensoren zijn natuurlijk belangrijk en moeten goed functioneren, maar dit is uiteindelijk waar het om draait.’ Op het startscherm is een takenlijst te zien van alle projecten die er bij een gemeente, groenonderhouder of particulier lopen. ‘Wanneer er bij een van die projecten iets aan de hand is, genereert het systeem een alarm of taak. Staat er een plant te snakken naar water (lees: staat er een plant te droog), dan kleurt de taak rood.’ Het stoplicht springt pas weer op groen als de sensor meet dat de plant voldoende water gehad heeft. Zo kun je dus geen plant meer vergeten.

Hoe bepaal je of iets te nat of te droog is? ‘Dat is de black magic van ConnectedGreen’, grapt Voogt. ‘De app maakt hiervoor onder meer gebruik van inzichten uit de teelt.’ ConnectedGreen heeft toegang tot de digitale gegevens in de databases van boomkwekerij Van den Berk en Griffioen Vaste Planten. ‘De specifieke behoeften van de 2400 meest gebruikte vaste planten en bomen, zoals water- en lichtbehoefte, vorstgevoeligheid enzovoort, staan dus allemaal in het systeem’, vertelt Voogt. ‘Op basis van de combinatie van de plant en de grondsoort waarin de sensor wordt geplaatst, wordt bepaald wat “goed” (groen) en wat “slecht” (rood is).’

Meer grondsoorten betekent beter meten

De keuze uit grondsoorten is een van de nieuwste groenbeheer innovaties binnen ConnectedGreen. Onlangs is er namelijk een rits nieuwe, in de aanleg veelgebruikte soorten aan het systeem toegevoegd. Voogt: ‘De grond is erg belangrijk voor de nauwkeurigheid van de metingen. Elke grondsoort is namelijk anders. Zo is de ene veel poreuzer dan de andere, dus wordt bijvoorbeeld water ook op een heel andere manier vastgehouden. Zand heeft heel wijde poriën en kan daardoor vochtigheid al vanaf een meting van twee procent aan een plant te geven. Daarom staat het “stoplicht” bij een watergehalte tussen de vier en acht procent op groen.’ Kijk je naar klei, dat veel kleinere poriën heeft dan zand, dan is het verhaal weer heel anders. Boven de tien procent wordt zand overigens weer té nat, en ook dat wil je vermijden. Teveel water gaat namelijk ten koste van het zuurstofgehalte in de grond. En als wortels geen adem kunnen halen, sterven ze af. ‘Vooral in de winter zien we dat planten en bomen vaak langdurig te nat staan’, voegt Voogt toe. ‘Daarom is het belangrijk het hele jaar door te meten.’

Wat het perfecte vochtgehalte voor elke grondsoort is, is bepaald aan de hand van analysen die ConnectedGreen in samenwerking met Eurofins Agro en sensorleverancier Sensoterra deed. Voogt: ‘We hebben van iedere grondsoort een monster van een aantal kilo’s genomen. Met een speciaal procedé hebben we vervolgens per grondsoort bepaald hoe de gemeten sensorwaarden zich verhouden tot het aanwezige bodemvocht in de verschillende monsters. Zo weten we van droge tot natte grond wat het waterpercentage is en wat de sensor daarbij aangeeft.’

Project ‘Spoorzone’ in de gemeente Tilburg. ConnectedGreen-sensoren monitoren de bomen en planten.

IJking essentieel

‘Alleen al het “ijken” van de tien grondsoorten die we nu hebben, heeft al zestig weken meetwerk gekost’, legt Voogt uit. Dat is het overigens wel waard, benadrukt hij. ‘Als je dat als sensorleverancier namelijk niet doet, zeggen je metingen niks.’ Dat is echt geen stoerdoenerij, belooft Voogt. ‘We zien bij veel leveranciers dat hun sensor geen ijking heeft of slechts twee of drie grondsoorten ondersteunt. Maar er is natuurlijk veel meer dan alleen zandgrond en klei.’

Tien geijkte grondsoorten is een flink aantal. Toch kan de grond waarin de sensor komt te staan net even anders zijn dan dat tiental. In dat geval kun je als gebruiker het percentage eenvoudig handmatig aanpassen. ‘Stel, de sensor staat op 8 procent bij bomengrond en geeft aan dat de grond droog is. Maar als je de grond voelt, merk je dat dat niet het geval is. Dan kun je dat in het systeem handmatig bijstellen.’ Die optie is essentieel, benadrukt Voogt. ‘Niet alle bomengrond is immers hetzelfde. En duizend verschillende grondsoorten in het systeem zetten, is natuurlijk ook geen optie. Je kunt dus op basis van waarneming zelf met de hand bijstellen.’

Gebruikers

Ook zijn er nieuwe groenbeheer innovaties voor gebruikers beschikbaar. Klanten bepalen hiermee zelf met wie ze de sensorgegevens delen. ‘Er zijn verschillende types gebruikers’, vertelt Voogt. ‘Sommigen kunnen bij de instellingen, anderen kunnen de projecten alleen bekijken. Dat is essentieel bij samenwerkingen. Stel, een gemeente heeft een aantal sensoren geplaatst. De groenvoorziener mag meekijken, maar mag niet aan de knoppen gaan draaien. Omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde.’

Het systeem is naar ieders wens aan te passen. ‘Iemand die dicht bij een project zit of verantwoordelijk is voor het watergeven, moet natuurlijk alle meldingen binnenkrijgen. Aan de andere kant heeft een projectleider voldoende aan de rode (kritieke) meldingen.’ Voor kritieke situaties kan hij bijvoorbeeld instellen dat hij direct een e-mail krijgt met informatie over hoe, wat en waar. Hierbij komt ook de compatibiliteit van ConnectedGreen naar voren: open je die e-mail, dan opent automatisch de ConnectedGreen-webapp.

Koppelen

Ook de koppelmodule is nieuw, vertelt Voogt. ‘We zien dat gemeenten die al een reeks systemen hebben opgezet, veel waarde hechten aan het koppelen van die systemen. Vaak heb je in steden een smart city-achtige assetmanagement-omgeving, waarin meerdere elementen worden bijgehouden. Als je die kunt koppelen, kan de gemeente de informatie van de sensoren aan haar boombeheerpakket hangen. Dan weet men bij de gemeente vanuit het al aanwezige groenbestand bijvoorbeeld welke bomen er droog staan.’
‘Als een gemeente een aantal sensoren heeft geplaatst en een groenvoorziener heeft dat in die gemeente ook gedaan, dan kunnen beide partijen met ConnectedGreen alle gegevens inzien met dezelfde inlog.’ Dat kan echter alleen als de sensorleveranciers meewerken, vult Voogt aan. ‘Als de sensorleveranciers de gegevens niet willen koppelen, hou je voor elke sensor een aparte login, wat voor de klant natuurlijk niet prettig werkt.’

ConnectedGreen op de Groene Sector Vakbeurs in Hardenberg

Groenbeheer innovaties: Sensoronafhankelijk

Dat is onhandig en onnodig, vindt Voogt. ‘Dat is een van de redenen dat we sensor-onafhankelijk willen zijn. Als er partijen zijn met andere sensoren, voegen we die graag toe aan het systeem. Dat is echt een verbreding.’ In de praktijk zijn sommige sensorleverancier nog wat terughoudend. Jammer, want hoe meer sensoren ConnectedGreen voor zijn team heeft spelen, hoe meer de focus kan liggen op wat je met de gegevens doet. ‘Je sensor is eigenlijk een hygiënefactor. Hij moet goed zijn. Hij moet bijvoorbeeld in weer en wind buiten kunnen staan, het liefst ook begraven kunnen worden en niet corroderen. De sensoruiteinden moeten na twee jaar nog net zo goed zijn; anders gaat ook de kwaliteit van de metingen achteruit.’ 

Ook moet het niet nodig zijn om de accu’s elk half jaar te vervangen, zeker niet op afgelegen locaties. Dat kost allemaal extra mankracht, werk en tijd, en dat wil ConnectedGreen met het platform juist voorkomen. 

Het is best moeilijk om dit soort hardware goed te maken, geeft Voogt toe. En heel soms valt er weleens een sensor uit: ‘Die wordt natuurlijk direct vervangen, maar het blijft vervelend.’ Aan die kinderziektes ontkom je niet, volgens Voogt. ‘Een nieuwe techniek is nooit meteen helemaal foutloos.’ De meest verkochte sensoren van ConnectedGreen worden overigens wel elk jaar beter. ‘De klant ziet dat niet, maar jaarlijks worden er nieuwe elementen aan de sensoren toegevoegd. Zo komt er dit voorjaar een update voor zowel de antenne als de batterij en de besturing (de firmware).’ Die aanpassingen zijn gedaan op basis van de resultaten van de voorgangers, die al meer dan twee jaar in het veld staan te meten. ‘De updates zijn gebaseerd op ervaringen’, besluit Voogt. ‘Daarmee worden deze sensoren nog beter, en dus ook de metingen.’

De Gouden Gieter voor de beste oplossing tegen klimaatproblemen

Dat ConnectedGreen goed bezig is, bleek ook vorig jaar toen René Voogt op de Vakbeurs Klimaat met onze Gouden Gieter voor het Beste Product naar huis ging. Deze wedstrijd werd in 2019 in het leven geroepen om de beste praktische oplossingen te vinden tegen de gevolgen van klimaatverandering. De leden van de vakjury, onder wie Egbert Roozen, directeur van de VHG, Ben van Ooijen, directeur en eigenaar van de Tuinen van Appeltern en tv-tuinman Lodewijk Hoekstra, oprichter van NL Greenlabel, waren onder de indruk van de manier waarop de slimme, moderne technieken van ConnectedGreen toch eenvoudig toegepast kunnen worden door groenvoorzieners en opdrachtgevers.

Egbert Roozen: ‘Slimme groenbeheer innovaties doen zijn intrede in de hoveniersbranche. Robotmaaiers worden steeds meer toegepast en inmiddels komen er steeds meer technieken met app en domotica op de markt. ConnectedGreen biedt ook zo’n mooie slimme oplossing. Sensoren in de tuin bewaken de watergift; daardoor zijn er minder projectbezoeken en minder inboet nodig. Wat mij betreft, gaan we groen en slimme techniek in de toekomst nog meer met elkaar verbinden.’

Ben van Ooijen: ‘Het is een reeds bestaand systeem dat zijn gelijk inmiddels heeft bewezen. Inzicht in de waterbehoefte en verbetering van de groeiplaats om de watergift te bevorderen, zijn zaken die direct tot besparingen leiden, op water, maar ook op tijd. Tuinbezitters, maar ook veel onderhoudsmensen en parkbeheerders hebben geen idee wat hun beplanting nu eigenlijk nodig heeft.’

Lodewijk Hoekstra: ‘Wat me heel erg aanspreekt, is de manier waarop ConnectedGreen met moderne technieken eenvoudig inzicht geeft in de gesteldheid van de bodem. Dit resulteert in een adequater beheer, waardoor onder meer water en energie worden bespaard en de professional beter kan inspelen op zaken als klimaatverandering.’

Bron: Stad + Groen

Gepast omgaan met water zonder velden tekort te doen wordt steeds belangrijker

Sensorenleverancier ConnectedGreen, bekend van de vochtsensoren bij groenprojecten, bomen, boombakken en dak- en gevelgroen, is sinds vorig jaar met pilots actief in de sportveldenmarkt. Salesmanager René Voogt: ‘Een tekort aan vrijwilligers, maar ook aan water, dat is de nieuwe realiteit. Wanneer de speeldruk hoog is, helpen vochtsensoren voor sportvelden om efficiënt te beregenen.’

Auteur: Karlijn Santi Raats

In opdracht van Sportservice Ede zijn er vochtsensoren voor sportvelden geplaatst in sportvelden in Ede door Van de Haar Groep. Krinkels deed dat in sportvelden in de gemeente Winsum en deze maand in Maastricht.

Het ConnectedGreen-systeem bestaat uit slimme sensoren, een cloud-omgeving en een app voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. In een logboek kunnen alle genomen maatregelen en uitgevoerde taken worden genoteerd. In een dashboard kunnen beide partijen de status van alle projecten inzien. Als er iets aan de hand is, ontvangen de betrokken partijen bericht via de app.

Neill Claessen, Krinkels

Krinkels had al sensoren geïnstalleerd onder het grasveld op het Museumplein in Amsterdam. Op sportveldengebied had het bedrijf drie maanden eerder ervaring opgedaan, bij de aanleg van ConnectedGreen-sensoren op een sportpark in Winsum.


‘De sportvelden mogen niet te lijden hebben van een sproeiverbod.’

 

Vochtsensoren voor sportvelden strategisch geplaatst

Neill Claessen, werkvoorbereider en calculator bij Krinkels, legt uit hoe de vochtsensoren voor sportvelden op een strategische manier zijn geplaatst om de vochthuishouding van sportvelden efficiënt te monitoren. ‘Onlangs hebben we vier sensoren geplaatst in drie velden in de gemeente Maastricht: in twee van de twaalf velden op multifunctioneel sportpark Geusselt en in één van de acht velden op multifunctioneel sportpark West. De twee velden op sportpark Geusselt bevatten nu elk één sensor, het veld op sportpark West twee.’

Omdat het om een pilot gaat, willen Krinkels en de gemeente Maastricht kijken of één sensor toereikend is voor voldoende gegevens of dat er wellicht twee nodig zijn. De sensoren hebben een lengte van 15 cm, wat zou betekenen dat er net onder de wortelzone van het gras gemeten wordt. Daarom worden ze in sportvelden horizontaal toegepast en zitten ze op een diepte van ongeveer 10 cm.

Voogt: ‘De sensor moet ook weer niet te diep meten; je wilt ongeveer bij de wortels meten.’ De vochtsensoren voor sportvelden worden in de grond gestoken op een goed herkenbare plek die zo representatief mogelijk is. Dat is over het algemeen in of rond de middencirkel. Indien een tweede sensor wordt geplaatst, komt deze vaak in een van de doelgebieden, omdat die intensief bespeeld worden.

Ad Boer, Van de Haar Groep

Claessen laat zien waar hij de sensoren in de mat heeft geplaatst: in dezelfde lijn als de beregeningsstrengen in het veld. Dat is makkelijk voor de oriëntatie van de onderhoudsploeg. ‘We blijven altijd uit de buurt van de beregeningsinstallatie tijdens onderhoudswerkzaamheden. Doordat de sensoren in dezelfde lijn zijn gelegd, worden ze niet geraakt en zijn de locaties gemakkelijk in te tekenen op de beregeningstekening.’

Vochtpercentage meten

Ad Boer, uitvoerder bij Van de Haar Groep, heeft drie jaar ervaring met de ConnectedGreen-sensoren. In 2017 kwam een innovatieve medewerker van het bedrijf met informatie over de vochtsensoren. Toen Van de Haar Groep in opdracht van Sportservice Ede voor vier jaar het onderhoud van de sportvelden ging doen, werden de vochtsensoren meteen geïnstalleerd: zes in totaal, verspreid over vier velden. Van de Haar Groep en Sportservice Ede hebben toegang tot de cloud-omgeving van ConnectedGreen om de vochtgegevens via de computer of app te bekijken.

Ook Krinkels deelt de vochtgegevens met de opdrachtgever. Claessen: ‘De sportveldbeheerders bij de gemeente Maastricht zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de velden, dus zij moeten over onze schouder mee kunnen kijken. Bovendien is dit een pilot en moeten zij beoordelen of de meetgegevens van de sensoren meerwaarde bieden.’

Eerder had Van de Haar Groep bij sportclub Candia ’66 ConnectedGreen-sensoren geplaatst, maar ook weer verwijderd. De clubleden zijn daar frequent op de velden aanwezig en sproeien regelmatig. Boer vertelt: ‘De vrijwilligers zelf zijn daar de oren en ogen van de club; monitoring op afstand is bij hen dus niet nodig. Wij bieden de vochtsensoren voor sportvelden als extra dienst aan onze opdrachtgever aan en daarna kijken we bij welke verenigingen of sportparken ze meerwaarde hebben.’

Gegevens interpreteren

Het ideale vochtpercentage ligt bij sportvelden tussen 5 en 15 procent. Deze percentages zijn eenvoudig uit te lezen via de app. Zo monitort Boer dagelijks alle velden met sensor. Van de Haar Groep deelt de gemeten vochtgegevens met Sportservice Ede. Die stuurt waar nodig bij door een bericht te sturen naar de vereniging als een veld er volgens de meetgegevens te droog of juist te nat bij ligt.

Bij één veld ziet Boer dat de sensor consequent afwijkende waardes aangeeft: ‘Die wijt ik aan een ongeschikte meetplek; we zullen de sensor eens verplaatsen. Dat kan te maken hebben met een storende laag, een onjuiste instelling van het bereik of de waterdruk in het beregeningssysteem.’

Het liefste had Boer gezien dat de sensoren wat korter waren, zodat ze niet zo diep meten. ‘Wanneer de sensor tot op 15 cm onder het maaiveld meet, zit deze dichterbij de wortels. Dat zou betekenen dat de sensor specifiek voor sportvelden aangepast zou moeten worden. Wellicht komt dat nog.’

Ingrijpen op juiste moment

Claessen van Krinkels: ‘Steeds meer sportverenigingen kampen met vrijwilligerstekorten, dus het is belangrijk om efficiënt te werken. Daarnaast moet er efficiënt met water worden omgegaan. De afgelopen jaren hebben we op veel plaatsen een sproeiverbod gezien. Het gras mag niet te lijden hebben van deze uitdagingen. De sensoren meten de exacte vochtbehoefte van de grasplant, zodat deze in principe niets tekort komt.’

In Maastricht beschikken beide sportparken over een automatisch beregeningssysteem en het beregenen gebeurt door beheerders van de gemeente. Toch denkt Claessen dat de sensoren ook dan meerwaarde hebben. ‘Op deze sportcomplexen is de speeldruk vrij hoog. Er wordt door meerdere verenigingen gebruikgemaakt van de velden en ze worden ook verhuurd voor evenementen. De druk om te zorgen voor goede velden die veel betreding aankunnen, is dan ook hoog. Beregening is essentieel voor een sterk veld. De vochtsensor-app kan de beheerders helpen; doordat ze nu op afstand kunnen monitoren, besparen ze tijd en kilometers en verloopt het beregenen efficiënt.’

Bron: Fieldmanager

Strategieën en oplossingen voor waterafstotende bodems

Door meer periodes van langdurige droogte in ons land, krijgen we steeds vaker te maken met hydrofobe grond. Het probleem is dat het geven van grote hoeveelheden water bij hydrofobe grond juist averechts werkt. Het grootste deel spoelt uit. De oplossing: geef vaker kleinere hoeveelheden. De enige manier om hierop te kunnen sturen is door monitoring.

Auteur: Malon Gerrits

Hydrofobe grond, ook bekend als waterafstotende grond, is een toenemend probleem in gebieden die geconfronteerd worden met langdurige droogteperiodes. Deze grondsoort heeft de eigenschap water af te stoten in plaats van het te absorberen. Dit maakt het moeilijk om planten en bomen effectief te bewateren.

Wat is hydrofobe grond?

In de bodem zitten poriën. De grootte van die poriën kan verschillen. Van grote poriën in zand tot hele kleine in klei. Dat is nuttig, want door deze eigenschap kan de bodem onze bomen en planten van vocht en zuurstof voorzien.

Als de grond echter te ver uitdroogt, zit er veel lucht in de poriën. Deze moeten zich eerst weer volzuigen. Pas daarna kan de grond effectief vocht vasthouden. Dan wordt het vocht ook beschikbaar voor opname door planten en bomen. Bij uitgedroogde grond gebeurt dit normaal gesproken in de winter als er minder verdamping is en meer regen. 

De natuurlijke wassen en vetten die in de grond aanwezig zijn kunnen zich ophopen en de bodemdeeltjes waterafstotend maken. Dit fenomeen is vooral zichtbaar in zandgronden, maar kan ook in andere bodemtypes voorkomen na langdurige droogte.

Door ineens grote hoeveelheden water te geven, heeft uitgedroogde grond onvoldoende tijd om het water op te nemen. Dit is vergelijkbaar met een droge spons of zeem die je onder water probeert te duwen; deze komt gewoon weer bovendrijven, om zich vervolgens geleidelijk vol te zuigen met water. Het werkt dus betere om een droge spons wat langer in een emmer water te leggen, dan het water er ineens overheen te gooien.

Waarom is hydrofobe grond een probleem?

Het grootste probleem met hydrofobe grond is dat het water niet efficiënt wordt gebruikt. Grote hoeveelheden water geven leidt vaak tot uitspoeling. Waarbij het water simpelweg over het oppervlak stroomt of te diep in de grond zakt zonder de wortels van planten te bereiken. Dit resulteert in een verspilling van water en een verminderde groei en gezondheid van de bomen en planten.

Deze grafiek bevestigt dat het effect van een grote watergift zeer beperkt is voor de langere termijn.

Oplossingen voor hydrofobe grond

  1. Kleinere, frequentere watergiften: Het geven van kleinere hoeveelheden water op regelmatige basis helpt de grond geleidelijk te rehydrateren zonder significante uitspoeling. Dit bevordert een diepere en gezondere wortelgroei.
  2. Gebruik van bodemverbeteraars: Producten zoals surfactanten of bodemwettingmiddelen kunnen tijdelijk de oppervlaktespanning van de grond verlagen en de wateropname verbeteren.
  3. Monitoring van bodemvocht: Door het vochtgehalte van de grond te monitoren, kunnen groenvoorzieners beter begrijpen hoe hun waterbeheerstrategieën de grond beïnvloeden. Monitoring is cruciaal om de frequentie en hoeveelheid van bewatering aan te passen naar de behoefte op dat moment voor optimale groei.

Een beter beeld dankzij monitoring

Monitoring helpt om een beeld te krijgen van de uitspoeling. Hoe ‘steiler’ de piek op de vochtgrafiek, hoe meer uitspoeling plaatsvindt. Door hier goed naar te kijken is het mogelijk de optimale hoeveelheid water te vinden om het gemiddelde vochtpercentage op peil te houden. Uit de praktijk blijkt dat dit tot wel 70% van de hoeveelheid water kan schelen. In een middelgrote gemeente kan dat al snel enkele honderdduizenden liters per seizoen schelen.

Deze grafiek bewijst dat kleinere, meer frequente watergiften een veel langduriger effect hebben.

Kortom, de monitoring van hydrofobe grond speelt een belangrijke rol, niet alleen voor het beheersen van waterverbruik, maar ook als essentieel onderdeel van duurzaam beheer in groenprojecten en openbare ruimten. Deze praktijk helpt groenvoorzieners en hoveniers bij het optimaliseren van hun werkmethoden, het verbeteren van de gezondheid van planten en het verminderen van de impact op het milieu. Door gebruik te maken van geavanceerde technologieën en methoden kunnen zij de specifieke uitdagingen van waterafstotende grond effectief aanpakken, waardoor de kwaliteit en duurzaamheid van stedelijk groen wordt verhoogd.

René Voogt bespreekt prangende vraagstukken rond vochtvoorziening bij bomen

Groeiplaatsen van bomen kunnen met veel problemen te maken krijgen. De vochtvoorziening bij bomen is daar een van. Bomen kunnen problemen ondervinden door een tekort of juist een overschot aan water. Dit roept vaak de nodige vragen op bij boomverzorgers, vooral de vraag wat je tegen deze problemen kunt doen.

Auteur: Sjoerd Rispens

In november won René Voogt van ConnectedGreen nog de Gouden Gieter tijdens de vakbeurs Klimaat in Utrecht. ConnectedGreen helpt groenvoorzieners en opdrachtgevers om te besparen op watergift, projectbezoeken en inboet. In ConnectedGreen worden projecten aangemaakt (bijvoorbeeld per groenproject, straat, plein of wijk), die worden verdeeld in verschillende indicatiebomen, -bakken of -vakken met een sensor. De sensoren worden ingesteld op basis van de combinatie grondsoort – boom-/plantensoort. Naast de optimalisatie van de watergift biedt ConnectedGreen ook inzichten die helpen bij het verbeteren van groeiplaatsen.

Via ConnectedGreen is Voogt dagelijks bezig met de vochtvoorziening bij bomen, direct na het planten. Hieronder bespreekt hij vijf prangende vragen die vaak opkomen bij dit fenomeen.

Vochtvoorziening bij bomen: vijf vragen

Vraag 1: Hoe kan het dat een groeiplaats uitdroogt terwijl deze toch frequent water krijgt?

‘Met name bij poreuze en zanderige grondsoorten, zoals bomenzand of teelaarde, kan de uitdroging sneller gaan dan de aanvulling vanuit watergiften’, vertelt Voogt. ‘In sommige periodes betekent dit dat één keer per week water geven niet genoeg is en dat er een neerwaartse trend wordt ingezet. Hierdoor kan het vochtpercentage tussen twee watergiften in zelfs op het nulpunt komen te staan. En hoe droger de grond, hoe minder vocht deze opneemt, dus dit effect versnelt zichzelf (hydrofobe grond).’ De oplossing volgens Voogt: ‘Vaker water geven in kleinere hoeveelheden. Dat kun je compenseren in periodes die kouder en natter zijn, als er juist minder vaak water hoeft te worden gegeven. Ook kun je meer fijn en organisch materiaal in de groeiplaats aanbrengen.’

Vraag 2: Hoe kan het dat een regenbui of watergift niet zichtbaar is op de sensor?

‘De sensoren meten het bodemvochtpercentage op worteldiepte’, legt Voogt uit. ‘Dat is grofweg tussen 15 en 60 centimeter diep, afhankelijk van de beplanting. Als de bovenlaag uitdroogt, ontstaat het effect dat (regen)water simpelweg van de bovenlaag af spoelt of niet kan doordringen tot op worteldiepte. Dit effect wordt ook wel “hydrofobe grond” genoemd. De grond kan in dat geval letterlijk “waterafstotend” worden. Het water wordt dan afgevoerd via stromingsbanen en niet opgenomen door de grond. Het probleem hierbij is dat grond veel sneller kan uitdrogen dan water opnemen.’ De oplossing volgens Voogt: ‘De bovenlaag openwerken voor een watergift en een groeiplaats voor systemen en drainagebuizen vullen met water’.

Vraag 3: Hoe kan het dat verschillende sensoren in hetzelfde project verschillende waardes aangeven?

‘Deze vraag komt regelmatig voorbij bij plantvakken die op dezelfde wijze zijn aangelegd en bomen die op dezelfde manier zijn geplant’, volgens Voogt. ‘Als wij naar alle metingen in ons systeem kijken, zien we dat het eerder uitzondering is dan regel dat meerdere groeiplaatsen verschillende vochtpercentages aangeven. Hierbij spelen veel variabelen mee:

  • De wisselwerking tussen de toplaag, ondergrond, geroerde grond en kluit. Vooral de toplaag en ondergrond zijn in heel Nederland zeer divers. Ook de grond die wordt gebruikt in het plantgat is niet altijd precies hetzelfde bij elke boom.
  • Er is een storende laag of ondergrondse waterstroom aanwezig.
  • De schaduw van gebouwen of andere beplanting speelt een rol, of juist zonligging of de aanwezigheid en kracht van de wind.’

Vraag 4: Hoe komt het dat sommige groeiplaatsen bovenin nat zijn en onderin droog, terwijl dat bij andere groeiplaatsen juist het omgekeerd is?

‘Ook hierbij spelen veel omgevingsfactoren een rol. Grond, met een groot aandeel organische stof, kan zeer goed vocht vasthouden. Nu zien wij dat er soms meer organisch materiaal boven in een plantgat zit en soms meer onderin. Daarnaast is de afwatering van de groeiplaats essentieel. Is er een verstorende laag of dichtgesmeerde klei, dan kunnen we dat zien doordat de groeiplaats volloopt. Eerst wordt het onderin vochtig en daarna zowel onderin als bovenin. Tegenovergesteld zien we ook weleens groeiplaatsen op taluds of zeer zanderige ondergrond waar het water letterlijk uit wegloopt.’ De oplossing volgens Voogt: ‘Verstorende lagen of dichtgesmeerde klei doorboren of doorspitten. Bij zeer poreuze ondergronden helpt het juist om de bodem van het plantgat te voorzien van kleiige grond.’

Vraag 5: Waarom is het vochtpercentage enkele dagen na een watergift soms lager dan daarvoor?

Dit is een interessant verschijnsel, dat Voogt op een aantal plekken is tegengekomen: ‘Na een watergift stijgt het vochtpercentage zeer snel, waarna het weer omlaagschiet. Het een bekend verschijnsel dat water simpelweg uitspoelt als je er te veel van geeft. Het lijkt erop dat het reeds aanwezige water in de bodem wordt meegenomen bij deze uitspoeling. We hebben dit verschijnsel op verschillende plaatsen waargenomen. Hiervoor zijn verschillende theoretische verklaringen, maar er is aanvullend onderzoek nodig om de echte oorzaken te achterhalen. Het patroon lijkt wel de theorie te ondersteunen dat het geen enkele zin heeft om te veel water te geven (meer dan de veldcapaciteit). Op bijna iedere grafiek van de zomerperiode zien we zeer hoge pieken, gevolgd door zeer diepe dalen. De voorlopige resultaten van proeven met kleinere watergiften (30 tot 50 procent van de oorspronkelijke hoeveelheid) lijken aan te tonen dat het vochtpercentage dan minder snel daalt en dus beter in stand gehouden wordt.’

Nabrander

En nog een nabrander: waarom is het belangrijk om ook een signaal te krijgen als de groeiplaats nat is? Sensoren zijn toch bedoeld voor watergift bij droogte? Voogt: ‘Na twee jaar weten we inmiddels dat het net zo belangrijk is om een signaal te krijgen als het te nat is, ook in de winter. Er zijn verschillende projecten bekend waarbij juist sprake was van grote uitval door een teveel aan water. Dit kan allerlei oorzaken hebben die vooraf niet bekend of zichtbaar waren:

  • De groeiplaats ligt lager, waardoor al het water daarnaartoe stroomt.
  • Er is een verstorende laag of dichtgesmeerde klei, waardoor het water niet weg kan.
  • Het plantgat ligt naast een hellende weg en of andere verharding, waardoor al het vocht die kant op stroomt.
  • Er zit teveel (ruw) organisch materiaal in de bodem, waardoor grote hoeveelheden water niet kunnen uitspoelen.

Meestal komt de melding “te nat” als een verrassing. Toch is het wel nuttig om te weten, omdat dan de oorzaak onderzocht kan worden en eventueel weggenomen, bijvoorbeeld met verticale drains en gootjes.’

Bron: Boomzorg

De ‘Gouden Gieter 2019’ voor het beste product op het gebied van klimaatadaptatie.

Houten, 22 november 2019 – Vandaag werd het dan eindelijk bekend gemaakt: wie mag met de felbegeerde Gouden Gieter naar huis? De Vakbeurs Klimaat was de setting voor de feestelijke uitreiking. Niemand minder dan ConnectedGreen en Dionysios Sofronas van Aardoom Hoveniers gingen er met de eer vandoor: De ‘Gouden Gieter 2019’ voor het beste product op het gebied van klimaatadaptatie.

Auteur: Linde Kruese

Klimaatadaptatie

De Gouden Gieter voor het beste product werd in ontvangst genomen door René Voogt van ConnectedGreen. ConnectedGreen helpt groenvoorzieners en opdrachtgevers om te besparen op watergift, projectbezoeken en inboet. Het systeem werkt met draadloze sensoren die op strategische plekken onzichtbaar in groenprojecten worden weggewerkt. Deze sensoren zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes zodat het bodemvocht altijd wordt gemeten op worteldiepte.

Meekijken met gegevens

Binnen ConnectedGreen worden projecten aangemaakt (bijvoorbeeld per groenproject, straat/plein of wijk), die worden verdeeld in verschillende indicatiebomen, -bakken of -vakken met een sensor. De sensoren worden ingesteld op basis van de combinatie van grondsoort en boom/plantsoort. Zowel medewerkers van de opdrachtgever als medewerkers van de groenvoorziener meekijken kunnen met de gegevens meekijken of alerts ontvangen. Dit geldt zowel voor te droge als te natte situaties. ConnectedGreen biedt naast de optimalisatie van watergift ook in inzichten die helpen bij het verbeteren van groeiplaatsen.

De drie finalisten in de categorie Beste Product: Sharell Hoogervorst van Greenmax, René Voogt van Connected Green en Henk Vlijm van Optigrün.

 

De Gouden Gieter

Vakbladen De Hovenier en Stad+Groen gingen dit jaar voor het eerst op zoek naar vakmensen die creatieve, praktische oplossingen hebben bedacht voor alledaagse problemen die veroorzaakt worden door klimaatverandering. Alle inzendingen werden beoordeeld door een gerenommeerde vakjury, bestaande uit Hein van Iersel (hoofdredacteur De Hovenier en Stad+Groen), Lodewijk Hoekstra (tv-tuinman en oprichter NL Greenlabel), Egbert Roozen (directeur VHG), Dick Oosthoek (directeur Stichting Groenkeur), Ben van Ooijen (directeur/eigenaar De Tuinen van Appeltern) en Mathieu Gremmen (heemraad en loco-dijkgraaf van Waterschap Rivierenland). De winnaars werden na de bekendmaking door Lodewijk Hoekstra middels een vlog gefeliciteerd.

maar om wat je met de gegevens doet.

In de openbare ruimte zijn steeds meer sensoren te vinden. En er zijn veel marktpartijen die zich op dit onderwerp storten. De ontwikkelingen gaan zelfs zo snel, dat Geonovum een handreiking heeft uitgebracht met daarin een voorzet voor een ‘sensordata-verordening’. Dit document bevat richtlijnen voor alle betrokken partijen. Datagedreven werken en de Smart City worden dus langzaam maar zeker realiteit.

Het is helaas ook de realiteit dat meer dan 90 procent van de sensorgegevens ongebruikt blijft. Dit komt doordat sensordata op zichzelf helemaal niets zeggen. Ze moeten in een context geplaatst worden en de informatie moet in begrijpelijke vorm vertaald worden voor de verschillende belanghebbenden. Om die reden richt het platform ConnectedGreen zich volledig op het instellen en interpreteren van sensoren voor (openbaar) groen, om er vervolgens voor te zorgen dat de juiste informatie op het juiste moment bij de juiste persoon komt. Om het systeem in te stellen, wordt gebruikgemaakt van vakkennis op het gebied van bomen, planten en grondsoorten. Deze vakkennis is cruciaal om het systeem in de praktijk te laten functioneren.

Slimme monitoring helpt om duurzamer te werken en kosten te besparen (waterbesparing, minder projectbezoeken, minder uitval). En door de transparantie verbetert de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Hierbij zijn alle partijen dus gebaat. 

ConnectedGreen ziet verschillende manieren van samenwerken. Sommigen groenbedrijven schaffen zelf sensoren aan om hun projecten in de gaten te houden en efficiënter te werken. Anderen geven ook hun opdrachtgever toegang tot de informatie, wat de samenwerking ten goede komt. En in enkele gevallen is het omgekeerd: de gemeente schaft sensoren aan om bijvoorbeeld nieuwe aanplant te monitoren, en laat vervolgens de groenvoorziener meekijken.

Casus: Bomen in Amsterdam

Een voorbeeld waarbij een groenbedrijf succesvol gebruikmaakt van het systeem, is het project voor de herplant van bomen in de Hemsterhuisbuurt in Amsterdam. Door omstandigheden moesten de bomen hier buiten het seizoen en bij extreme warmte en droogte geplant worden. ‘We hebben er sensoren bij gezet om de vochthuishouding in de gaten te houden, zodat we op het juiste moment kunnen watergeven en ze niet te veel en ook niet te weinig water krijgen’, aldus Henk Werner van Pius Floris Boomverzorging Amsterdam. ‘Drie weken na aanplant hadden de bomen ongeveer tien centimeter nieuw schot. Voor de winter staan ze vast met nieuwe wortels, zodat ze in het voorjaar zo van start kunnen.

Casus: Smart City Houten

Natuurlijk is het voor overheden belangrijk dat de ‘groene’ sensordata uiteindelijk op een hoger niveau gecombineerd worden met data van andere sensoren. Alleen op die manier is het mogelijk een integraal beeld te krijgen om beleid op te baseren en om een echte Smart City te creëren. Bij wijze van proef werkt ConnectedGreen daarom samen met Nazca IT en Boomtotaalzorg in de gemeente Houten. Nazca IT biedt een Smart City platform waarin data uit vele verschillende sensoren gecombineerd worden. En ConnectedGreen wordt gebruikt door de boomspecialisten van de gemeente, die daarvoor weer nauw samenwerken met Boomtotaalzorg, om de nieuwe beeldbepalende rode beuk goed te laten aanslaan.

Bron: Stad + Groen

Meer weten

Wilt u meer informatie over ConnectedGreen?

Maak gebruik van het formulier hiernaast en ontvang onze whitepaper. In de whitepaper vind je informatie over wat wij doen en hoe wij verschillende oplossingen aanbieden voor verschillende situaties.

Download onze whitepaper

Op zoek naar meer informatie over ons platform en draadloze sensoren?

Ontvang nu onze whitepaper en leer alles over de voordelen van datagedreven werken en het belang van goed ‘sensor management’.